Het grootste continent na Azië, met een oppervlakte van 30 miljoen km2; de enkele tot het continent behorende eilanden meegerekend. De lengte van Afrika bedraagt ongeveer 8000 km. Het noordelijke gedeelte is maximaal 7500 km breed. Afrika is het enige continent dat door de evenaar in vrijwel gelijke delen wordt verdeeld. Het noordelijke en het zuidelijke gedeelte reiken beide tot de 35e breedtegraad. De klimaat- en vegetatiegordels vormen vanaf de evenaar elkaars spiegelbeeld, en omvatten praktisch alle zones van de tropen en subtropen. Aan de zone van het altijdgroene tropische regenwoud grenzen zones met een savanneklimaat. De vegetatie bestaat daar uit moessonwouden en savannen. Dan volgen droge klimaatzones met grassteppen, woestijnsteppen en uiteindelijk woestijnen. In het uiterste noorden zowel als in het uiterste zuiden heerst een Middellandse-Zeeklimaat, dat een altijdgroene vegetatie heeft. Wat de bevolkingsomvang betreft, is Afrika het derde continent. Het wordt bewoond door zo’n 600 miljoen mensen. Het geboortecijfer is er nog altijd hoog, en de gemiddelde levensverwachting vertoont een stijgende tendens. Toch is het zwarte continent met gemiddeld 20 inwoners per km2 relatief dun bevolkt. De bevolkingsdichtheid van Azië is gemiddeld minstens drie keer zo hoog. De Afrikaanse bevolking is over het algemeen arm en wordt door droogte, ziekten en hongersnoden geteisterd. De omtrekken van het continent zijn, als deel van de Oude Wereld, al sinds de 15e eeuw bekend. De binnenlanden van Afrika zijn echter pas in de tweede helft van de 19e eeuw nauwkeuriger onderzocht. Ook de kolonisatie van Afrika door Europese mogendheden is, bijvoorbeeld in vergelijking tot Zuid-Amerika, laat op gang gekomen. Een oorzaak van deze eeuwenlange isolatie is onder meer het reliëf van dit continent: het bestaat namelijk grotendeels uit hooglanden die steil boven de meestal smalle kuststroken uitrijzen. De toegang via rivieren tot het binnenland wordt bemoeilijkt door de vele stroomversnellingen en watervallen. Ook de vier waterrijkste rivieren van Afrika zijn moeilijk bevaarbaar. Dit zijn de Nijl, de Zaïre (Kongo), de Niger en de Zambesi. Zij behoren tot de grootste rivieren ter wereld. Goede natuurlijke havens zijn zeldzaam aan de Afrikaanse kusten. De gemiddelde afstand van de kust tot de centrale delen van het continent is er ongeveer twee keer zo groot als in Europa. Van de in totaal 47 landen van het Afrikaanse vasteland hebben er 14 geen eigen toegang naar zee. Afrika is gemiddeld twee keer zo hoog (650 m) als Europa. Echt hooggebergte is er daarentegen zeldzaam. In het noorden loopt het -Atlasgebergte over een lengte van 2250 km van de westkust tot aan Tunesië. Het hoogste punt van dit gebergte is 4167 m. In Oost-Afrika ligt het Ethiopische hoogland, een door diepe dalen doorsneden massief, dat met de Ras Dashan een hoogte van 4620 m bereikt. Het Oostafrikaanse hoogland, met enkele van de grootste meren ter wereld (Victoriameer, 69.484 km2), wordt omgeven door met sneeuw bedekte vulkaanmassieven (Ruwenzori, 5109 m; Mount Kenya 5200 m; Kilimandjaro, 5895 m). In Zuid-Afrika reiken de Drakensbergen tot bijna 3500 m. De bergtoppen, uitgezonderd de toppen van de vulkanen in het Oostafrikaanse hoogland, liggen onder de sneeuwgrens. De totale gletsjeroppervlakte van Afrika bedraagt slechts 12 km2. Met zijn hitterecords stelt dit continent echter alle andere werelddelen in de schaduw. Uit El Azizia in Libië komt de hoogste ooit gemeten luchttemperatuur: 58 graden; uit Dallol in Ethiopië de hoogste gemiddelde jaartemperatuur: 34,4 graden.