Algerije grootste stad, belangrijkste haven en hoofdstad van het land. De stad ligt aan de Middellandse Zee, aan de voet van de Teil-Atlas. Algiers was oorspronkelijk een Phoenicische handelsnederzetting (12e eeuw v. Chr.). In de 1e eeuw v. Chr. was hier de Romeinse stad Icosium. Van de 16e tot in de 19e eeuw stond Algiers onder Turkse heerschappij. Het was toen een van de beruchtste zeeroversnesten van Noord-Afrika. Pas in 1830 konden de Fransen, na een aantal mislukte pogingen, de stad veroveren. Zij hebben Algiers uitgebreid tot een moderne grote stad. Het is sinds 1962 de hoofdstad en het culturele centrum van het onafhankelijke Algerije. De oude stadskern of kashbah, die haar oriëntaalse karakter heeft behouden, beslaat nog slechts een klein gedeelte van deze miljoenenstad. Deze oude kern ligt langs de naar Algiers genoemde baai en strekt zich uit over een gebied van 20 km. Behalve de Grote Moskee (lle eeuw en later) zijn de moskee van Ali Béchine (17e eeuw) en de door de Turken uitgebreide citadel de belangrijkste bezienswaardigheden. De haven is een overslagplaats voor in- en exportgoederen.