Bahamas

Een Caribische eilandenrepubliek die niet alleen een reputatie heeft opgebouwd als ideaal vakantieoord, maar ook als belastingparadijs. Ongeveer 500 jaar geleden heeft Christoffel Columbus de Nieuwe Wereld ontdekt. Hij zette voet aan land op een van de eilandjes van de Bahamas, dal hij San Salvador noemde. De exacte plaats waar hij zijn schip heeft afgemeerd, is niet bekend; maar liefst vier monumenten op dit eiland herinneren aan deze gebeurtenis. In het opschrift van elk. ervan wordt beweerd dat het op de juiste plaats staat. San Salvador is maar een van de 700 eilanden en 2000 koraalriffen waaruit de Bahamas beslaan. Ze strekken zich vanaf Haïti in een wijde boog uit tol 80 km voor de zuidoostkust van Florida. Er zijn eilanden van elke grootte van nietige, onbewoonde rotseilandjes tot het 5957 km2 metende eiland Andros. Zon 75% van de bevolking woont op twee Bahama-eilanden: 150.000 mensen op New Providence, waar de hoofdstad Nassau ligt, en 27.000 mensen op Grand Bahama. Meer dan 80% van de bevolking bestaat uit nakomelingen van slaven, die vooral in de 18e eeuw uit Afrika zijn overgebracht om op de plantages te werken. De oorspronkelijke bewoners waren Arawak-indianen. Zij zijn in korte tijd naar Haïti overgebracht door de Spanjaarden, die (ten onrechte) in de Indianen bruikbare arbeidskrachten zagen voor hun plantages. Zelf hebben de Spanjaarden zich nooit op de Bahamas gevestigd. De eerste Europese immigranten waren enerzijds puriteinen die in de 17e eeuw de godsdienstvervolging in Engeland ontvluchtten, anderzijds zeerovers die de voordelen van geheime ankerplaatsen op de talloze eilanden op hun waarde wisten te schatten. Later volgden de loyalisten, ook Engelsen, die na de vrijheidsoorlog (1775-1783) uit de Verenigde Staten vluchtten; na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) kwamen er nog vluchtelingen uit de zuidelijke staten bij. De Bahamas bleven tot 1973 een Britse kolonie. Daarna werden zij als onafhankelijke staat lid van het Gemenebest van de voormalige Britse bezittingen overzee. De Britse koningin wordt op de Bahamas vertegenwoordigd door een gouverneur-generaal. Er zijn nauwelijks grondstoffen op de
eilanden. Daarom hebben de mensen er lange tijd uitsluitend van de zeevisserij en de landbouw geleefd. De enige produkten die de moeite waard waren om te verkopen, waren de sponzen uit de talloze koraalriffen. Sinds 1950 echter heeft zich in het economische leven van de eilanden een duidelijke ommezwaai voltrokken. Met hulp van buitenlandse kapitaalverschaffers, voornamelijk uit de Verenigde Staten en Canada, is de toeristische ontwikkeling van het gebied grootscheeps aangepakt. De voorwaarden daarvoor zijn welhaast ideaal: een klimaat dat het hele jaar door warm en droog is, witte zandstranden, zeewater dat door de warme golfstroom wordt verwarmd, en de welvarende Verenigde Stalen voor de deur. Aldus is het toerisme de belangrijkste pijler geworden waarop de economie rust. 60% van de bevolking vindt werk in deze sector. Meer dan 2 miljoen vakantiegangers, vooral uit de Verenigde Staten, bezoeken jaarlijks de Bahamas. Een van de opmerkelijkste projecten van de laatste jaren was de ontsluiting van hel gebied Freeport/Lucaya, vlakbij de westpunt van Grand Bahama. Tot 1950 strekte zich hier een woestenij uit, die grotendeels begroeid was met pijnbomen. Toen kwam een grote Amerikaanse financier met de regering overeen, dit gebied deels te ontwikkelen tot een ideaal toeristenoord, en het voor het overige te bestemmen als haven- en industriegebied. Zo is het grootste vakantiecomplex van heel West-lndië van de grond gekomen met luxueuze hotels, casinos, bungalows, strandbaden en een fantastische internationale bazaar met winkels en restaurants uit de hele wereld. Niet ver daarvandaan ligt de belangrijke zeehaven, met eromheen een grote olieraffinaderij, farmaceutische industrie, een cementfabriek en enkele andere industriële ondernemingen. Particulieren en bedrijven hoeven op de Bahamas geen belasting te betalen. Voor deze verleiding zijn veel buitenlandse ondernemingen gezwicht: meer dan 360 banken en trusts hebben een vestiging op een van de eilanden. De economische activiteiten spelen zich voornamelijk af op New Providence en Grand Bahama. Op de meeste andere eilanden is ook de laatste jaren vrijwel niets veranderd. Op Spanish Wells bijvoorbeeld zijn de blanke bewoners nakomelingen van de eerste puriteinse kolonisten, die hun leefwijze door de eeuwen heen hebben gehandhaafd. De Bahamas hebben een sprookjesachtig natuurschoon te bieden: lieflijke baaien, geheimzinnige blauwe grotten en met de zee verbonden diepe gangen in de koraalrotsen. Indrukwekkend is vooral het Barrièrerif, voor de oostkust van Andros. Het is 200 km lang, en valt te vergelijken met het Great Barrier Reef in Australië, dat het grootste ter wereld is.

< Terug