Barbados

In deze oudste Britse kolonie in de Caribische Zee is ook nu, na 25 jaar van onafhankelijkheid, de sfeer nog onmiskenbaar Brits. De kleine hoofdstad van Barbados, Bridgetown, vertoont een verrassende gelijkenis met de hoofdstad van de voormalige koloniale heersers over het eiland: net als Londen heeft het een Trafalgar Square met een standbeeld van Nelson uit 1813. Onmiskenbaar Engels is de sfeer op heel het eiland, dat als onafhankelijke staat lid is van het Gemenebest, en dezelfde koningin heeft als de Britten van overzee. Niet voor niets wordt Barbados wel Klein-Engeland of Bimshire genoemd, alsof het een Engels graafschap was. In de volksmond heet Barbados Bint. Kerken die zo uit het groene Engelse landschap lijken te zijn overgeplaatst, staan verspreid over het eiland. De bewoners, die zichzelf Bajans noemen, hechten aan tradities als echte Engelsen. Barbados is het meest oostelijke eiland van de Kleine Antillen. De oorspronkelijke bewoners waren, net als op veel andere Westindische eilanden, Arawak-indianen: Spaanse slavenhandelaars hebben hen al in de 16e eeuw weggehaald. In 1627 vestigden zich de eerste Engelse kolonisten op Barbados, dat tot 1966 een Britse kolonie is gebleven. Het eiland is 34 km lang en 23 km breed, bestaat uit sterk verweerde koraalkalk, en wordt omgeven
door koraalriffen. Het hoogste punt is de top van de Mount Hillaby (340 m). Met 592 inwoners per km2 is Barbados betrekkelijk dicht bevolkt. Als gevolg van de overbevolking verlaten veel inwoners sinds jaar en dag hun eiland, vooral de nakomelingen van de Afrikaanse slaven die in de 17e en 18e eeuw naar hel eiland gehaald zijn om op de suikerplantages te werken. Degenen die op Barbados gebleven zijn, genieten een vrij hoge levensstandaard. Hoewel de grote plantages en andere ondernemingen in het bezit zijn van een kleine blanke minderheid, is de politieke macht in handen van de zwarte meerderheid. Er is (naar Brits model) een goed functionerend tweepartijenstelsel en de regering kan bogen op grote successen op het vlak van sociale en onderwijsvoorzieningen. Tot voor kort berustte de welvaart van Barbados bijna uitsluitend op de verbouw van suikerriet en op dé bijprodukten rum en melasse. De suikerindustrie heeft de laatste jaren sterk aan belang ingeboet, maar toch is suiker nog steeds het belangrijkste exportartikel. Om de invoer aan banden te leggen, bevordert de regering de verbouw van voedingsmiddelen voor eigen consumptie, onder andere yams. De grote steunpilaar van de economie is sinds de jaren 60 het toerisme. In 1968 bracht dit al meer deviezen binnen dan de suikerexport: inmiddels is hel aantal toeristen dat jaarlijks de verrukkelijke zandstranden opzoekt, opgelopen tot 400.000. De meesten komen uit Noord-Amerika. Naast het vreemdelingenverkeer levert ook de industrie een groeiend aandeel in de economie van het land. 22% van de beroepsbevolking werkt in meer dan 100 fabrieken. In veel daarvan worden elektronische onderdelen gemaakt voor de export. Niettemin is de economie van het eiland nog steeds kwetsbaar, zoals de grote werkloosheid wel aantoont. Populair tijdverdrijf cricketspel is een nationale hartstocht op Barbados, dat eeuwenlang een Engelse kolonie is geweest. De voorliefde voor dit typisch Britse spel is niet de enige overeenkomst die de bevolking vertoont met die van het voormalige moederland; de hele manier van leven is onmiskenbaar Engels.

< Terug