Benin

Waar ooit de Europeanen een levendige slavenhandel dreven, wachten nu verrukkelijke stranden en landschappen vol afwisseling op toeristen. Benin strekt zich in de vorm van een ijshoorn uit vanaf de zuidkust van West-Afrika, tot 700 km landinwaarts naar het noorden. Daar eindigt het bij de Niger. Aan de smalle kuststrook liggen schitterende witte zandstranden, omzoomd door palmbomen. Daarachter strekken zich ondiepe lagunen uit, zoals die van Porto Novo, de hoofdstad. In de dorpen in de lagunen staan de huizen op palen in het ondiepe water. De bewoners leven van de visvangst en het nog schaarse toerisme. In noordelijke richting sluit de kuststrook aan op het vruchtbare achterland. Hier heeft het oerwoud plaats moeten maken voor landbouwgrond. In dit gebied woont het grootste deel van de bevolking, die voornamelijk bestaat uit leden van de Fon- en de Yoruba-stam. Velen leven van de landbouw en verbouwen yams, maniok, zoete aardappelen, maïs, rijst, aardnoten en groenten voor eigen gebruik. Daarnaast zijn er ook plantages waar oliepalmen, koffie, tabak en cacao verbouwd worden. Met klimaat maakt het mogelijk, het hele jaar door te oogsten. Hier kent men slechts korte perioden van droogte, in de nazomer en in de winter. In het noordwesten van het land daarentegen, in de droge grassavannen ten noorden van de Atakora-hoog-vlakte, duurt de regentijd slechts vijf a zes maanden. Hier worden rond de verstrooid liggende gehuchten gierst, zoete aardappelen en groenten voor eigen consumptie gekweekt: voor de verkoop op de plaatselijke markten worden ook aardnoten en katoen verbouwd. In het midden en noorden van Benin wonen de Baribas, die paarden fokken, en de Sombas, met hun karakteristieke vierkante, fortachtige lemen huizen.
Benin, dat tot 1975 Dahomey heette, was ooit een centrum van de slavenhandel, die de Engelsen, de Fransen en de Portugezen er dreven. Ook was het land berucht om de mensenoffers die de animistische voodoocultus eiste. In de 18e en 19e eeuw kwamen er in het binnenland rivaliserende koninkrijken op, waarvan er één de naam Benin droeg. Ze verzetten zich met succes tegen de koloniale overheersers, maar werden toch in 1904 ingelijfd bij Frans West-Afrika. De politieke onafhankelijkheid die het land in 1960 van Frankrijk kreeg, bracht slepende machtsconflicten mee. Na een aantal staatsgrepen nam generaal Ma-thieu Kérékou in 1972 als sterke man het heft in handen. De marxistisch-leninistische koers en het éénpartijstelsel van zijn bewind werden in december 1989 afgezworen. Zijn bewind heeft in Benin toen zekere rust gebracht. Het land is echter nog steeds arm en zou in feite ongeveer een twintigvoud van zijn inkomsten uit export moeten opbrengen om de import te kunnen betalen, zodat het zwaar in de schulden zit.

< Terug