Slechts weinig vreemdelingen krijgen toegang tot dit land, waarin de tijd lijkt stil te staan. Bhutan behoort tot de armste landen ter wereld. Alle inwoners van dit afgelegen land in de Himalaya hebben echter voldoende te eten; er is geen werkloosheid en er zijn geen bedelaars. Ook is er geen criminaliteit. Rijkdom is in Bhutan niet iets om na te streven. Dan immers zou men de tradities, die soms harde banken vormen, geweld aandoen. Het Land van de Draak, zoals de inwoners van Bhutan hun land noemen, strekt zich uit van de vruchtbare vlakte van de Brahmaputra tot op de vergletsjerde toppen van de Himalaya. Daartussen liggen bosrijke, trapsgewijs oplopende hoogvlakten en de 2000-2500 m hoge bergketen aan de zuidelijke voet van de Himalaya. Hier vallen in de moessontijd tussen juni en oktober enorme hoeveelheden regen; de hooggelegen dalen in het binnenland liggen echter in de regenschaduw en zijn dus betrekkelijk droog. Boven 5000 m komt de overvloedige neerslag het hele jaar door als sneeuw naar beneden. De geschiedenis van Bhutan gaat terug lot de 10e eeuw. Hel land heeft eigenlijk nooit veel van zich doen spreken, en de contacten met de buitenwereld beperkten zich tot het minimum. Bhutan is in veel opzichten in de middeleeuwen blijven steken. Ongeveer 1300 burchtachtige kloosters, de dzongs, getuigen van de alomtegenwoordigheid van het boeddhisme in Bhutan. Monniken regeerden het land tot 1907. In dat jaar werd Bhutan een monarchie, met aan het hoofd de zogeheten Drakenkoning. Ook de huidige vorst, koning Jigme. heeft vergaande volmachten. Hij spreekt niet alleen recht en oordeelt over verzoekschriften, hij houdt ook vast aan het koninklijke ceremonieel dat door zijn grootvader werd ingevoerd. Dit traditionalisme kenmerkt de hele Bhutaanse samenleving. Slechts heel geleidelijk gaat Bhutan voor de buitenwereld open. Zo worden er jaarlijks niet meer dan 1500 toeristen toegelaten. Om het andere jaar krijgen bergbeklimmers toestemming voor een expeditie, op voorwaarde dat ze hun eigen uitrusting meebrengen en geen binnenlandse dragers huren. De weinige toeristen en de verkoop van postzegels brengen het grootste deel van de spaarzame deviezen hel land binnen. Bijna 95% van de bevolking werkt in de landbouw. Yaks op de bergweiden leveren melk, kaas. vlees en haar. Van dit laatste wordt touw vervaardigd voor de traditionele louwbruggen. In hel midden van het land worden aardappelen, tarwe, maïs en gerst voor eigen consumptie verbouwd. Er is slechts weinig bos gekapt; hierdoor bleven de zuidhellingen van de Himalaya gespaard voor bodemerosie, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in de naburige Himalayastaat Nepal.