Botswana
De vermaarde ontdekkingsreiziger David Livingstone trad in 1876 tijdens zijn tocht door het toenmalige Beetsjoeanaland, dal nu Botswana heet, in contact met de hoofdmannen van de Tswanavolken, die toen tijdens de Boerenoorlog bescherming zochten bij de Engelsen. De Britten annexeerden dit dun bevolkte gebied uit strategische overwegingen. Het lag tussen het land van de Boeren in het Zuidafrikaanse Transvaal en dat van de met hen bevriende Duitse kolonisten in Zuidwest-Afrika, het huidige Namibiƫ. Later probeerde Zuid-Afrika tevergeefs Botswana in te lijven. In 1966 werd het een onafhankelijke republiek. Het afgelegen gebied werd lange tijd als economisch oninteressant beschouwd. Alleen al daarom kon de traditionele levenswijze van de bevolking tot de dag van vandaag bewaard blijven; ook de natuur van het land, die grotendeels bestaat uit halfwoestijnen en droge savannen, is voor het grootste deel ongerept gebleven. De Kalahari, een halfwoestijn die op ongeveer 1000 m hoogte in een breed, afvoerloos bekken ligt, strekt zich uit over het hele zuiden en westen van het land. Naar het noorden verandert het landschap drastisch. Hier vormt de Oka-vango, die gevoed wordt door rivieren uit de natte Angolese savannen, een uitgestrekte binnendelta. Dit ongerepte moerasgebied is een toevluchtsoord voor vele wilde diersoorten, zoals olifanten, leeuwen, luipaarden, buffels, waterbokken en krokodillen. Talloze stromen krioelen tussen kleine eilandjes met bomen door. In jaren met veel regen bereikt de Okavango de uitgestrekte Makarikari-zoutpan. Deze verandert dan in een meer, waar enorme zwermen flamingos, pelikanen en andere watervogels bijeenkomen. Het toerisme is nog nauwelijks ontwikkeld in Botswana. Steeds meer natuurliefhebbers ontdekken echter de ongerepte landschappen met hun rijke dierenwereld. Slechts een smalle strook langs de oostelijke grens met Zuid-Afrika is dichter bevolkt. Daar valt meer regen en de grond is er vruchtbaarder, zodat er zelfs wal landbouw mogelijk is. De bewoners van Botswana zijn overwegend veeboeren. Traditiegetrouw worden hun aanzien en rijkdom afgemeten aan de omvang van hun runderkudden. Het onafhankelijke Botswana is gaan werken aan de verbetering van zijn economische structuur. De bodemschatten in het oosten van hel land zijn in exploitatie genomen. De export van diamanten brengt ongeveer de helft van de buitenlandse deviezen binnen. In Botswana leven acht vrij grote stammen, die tot het volk van de Tswanas behoren. De Bamangwatos zijn het talrijkst (38% van de inwoners). De strijd om water en goede weiden en tegen veeziekten bepaalt hun leven. In de onherbergzame Kalahari leiden Bosjesmannen als jagers en voedselverzamelaars een rondtrekkend en primitief beslaan.nDe wijze waarop de sedentaire Tswanas woonden, was opmerkelijk. Het was heel gewoon, dal elk gezin drie huizen bezat: een in het dorp, een op de velden -soms wel 45 km verderop - en het derde op de nog verder afgelegen weidegrond, waar jonge mannen het grootste deel van het jaar de kudden hoedden. Het traditionele middelpunt van het dorp is de kgotla of verzamelplaats, waar de stamoudste de zaai- en oogsttijden placht te regelen. Arme gezinnen konden geen runderen hoeden en kregen daarom een kalf. Thans neemt de macht van de opperhoofden af, omdat de mensen uit de dorpen wegtrekken en permanent in hun huizen op het land gaan wonen. Dit is deels om de druk van de snel groeiende bevolking te ontlopen, maar ook om aan het gezag van het opperhoofd te ontkomen. Zon 40.000 mannen werken thans als gastarbeider in Zuid-Afrika.
< Terug