Brazilie
Rio de Janeiro is de vroegere hoofdstad van Brazilie en na Sao Paulo de tweede stad van het land. Rio lelt negen miljoen inwoners en ligt op een smalle kuststrook, die wordt begrensd door steil oprijzende, dicht begroeide bergen. Het ligt ongeveer halverwege Salvador in het noorden en Porto Alegre in het zuiden. Tussen deze twee steden woont in de kuststreken, die niet meer dan 7% van het totale landoppervlak beslaan, ruim 30% van alle Brazilianen. Dit vruchtbare, drassige gebied is ook het eerst in cultuur gebracht. In de loop van de tijd is het grootste deel van de oorspronkelijke, dichte tropische wouden langs de kust gerooid. Dit gebied vormt de economische kern van Brazilië. De bergrug in het achterland rukt hier en daar als het ware op tot aan de kust -bijvoorbeeld bij Rio de Janeiro - en gaat aan de andere kant over in het uitgestrekte Braziliaanse hoogland. Enkele bergketens reiken er tot 2000 m, maar grote delen vormen een eentonige hoogvlakte tussen 600-1000 m, die slechts door enkele dalen wordt doorsneden. Het laagland van de Amazone beslaat meer dan een kwart van de totale oppervlakte van Brazilië. Dit is voor de westerse Brazilianen de beruchte groene hel, met zijn ondoordringbare regenwouden en drukkend vochtig-hete klimaat. De Indiaanse bewoners denken hier anders over. Het water in dit reusachtige bekken komt allemaal terecht in de Amazone en de talloze zijrivieren daarvan, die bij elkaar een lengte van 6516 km hebben. Tot enkele tientallen jaren geleden vormden grote delen van de laagvlakte het exclusieve domein van Indianenstammen. In de decennia sinds de jaren 60 echter werd de ontsluiting van het ondoordringbare oerwoud systematisch ter hand genomen. De alsmaar toenemende problemen in het noordoosten van het land, het getergde armenhuis van Brazilië, gaven de doorslag daartoe. Volgens een ambitieus ontwikkelingsprogramma moesten de mensen uit dit chronische noodgebied naar het laagland van de Amazone emigreren. Onder het motto land zonder mensen voor mensen zonder land moesten grote delen van het regenwoud in bouwland veranderen. Hiertoe werd een begin gemaakt met de aanleg van de enorme wegen, die het Amazonegebied nu in oost-westelijke en noord-zuidelijke richting doorsnijden. De Transamazonica, zoals dit ontsluitende wegenstelsel heet, is 5600 km lang en vormt de symbolische intentieverklaring voor het gigantische project. Langs de kaarsrechte wegen is een strook van enkele kilometers breed gerooid voor de aanleg van akkers. Duizenden evacués hebben een stuk land toegezegd gekregen maar het project stagneerde en is na enkele jaren geheel gestaakt. De grond bleef maar korte tijd vruchtbaar, omdat het regenwoud, dat oorspronkelijk de voedingsstoffen leverde, was teruggedrongen. De dunne humuslaag was al na twee a drie jaar uitgeput. Bovendien waren er voor de nieuwe kolonisten bijna geen mogelijkheden, hun landbouwprodukten zo ver van de grote stedelijke centra verwijderd te verkopen. Het gevolg was, dat veel landverhuizers de terugweg aanvaardden. Anderen probeerden nieuwe stukken oerwoud plat te branden en bruikbaar te maken. Ook buitenlandse investeerders, voornamelijk grote concerns, richtten hun blik op het Amazonegebied. Zij veranderden enorme gebieden in grasland en vestigden er landbouwfabrieken, waar volgens geavanceerde technieken vleesprodukten voor de wereldmarkt worden geproduceerd. Elders zijn houtplantages met snel groeiende boomsoorten, of zeer gespecialiseerde rijstplantages aangelegd. De verstorende ingrepen in het tropische regenwoud hebben verstrekkende gevolgen voor het natuurlijke evenwicht, die niet alleen Brazïlië raken.
< Terug