Brunei

Hun kleine oliesultanaat behoort tot de rijkste landen ter wereld, maar de Bruneiers leven als vanouds in eenvoudige houten paalwoningen. Door de niet aflatende stroom van oliedollars is Brunei zo rijk geworden, dat het land de bijnaam kreeg van Shellfare State, naar de oliemaatschappij die in het land de dienst uitmaakt. Voor de val van de olieprijzen in 1985 en 86 bedroeg het inkomen per hoofd van de bevolking in dit moslim-staatje aan de noordkust van Borneo ongeveer 21.000 dollar. Tegenwoordig ligt het wat lager, maar staat Brunei nog steeds op de tweede plaats van de wereldranglijst van rijkste landen. Inkomstenbelasting is er onbekend, het onderwijs en de gezondheidszorg zijn gratis en de hypotheekrente bedraagt slechts 0, 5%. Het sultanaat wordt geregeerd door Sir Hassanal Bolkiah, die zowel sultan als ministerpresident is. De laatste verkiezingen waren in 1962, waarbij de Bruneise Volkspartij (Brunei Peoples Party) alle zetels veroverde. Een parlement werd toen echter niet geïnstalleerd. De ernstige onlusten die daarop volgden, werden door de sultan met hulp van Britse Gurkhatroepen neergeslagen. Sindsdien is de partij verboden en regeert de vorst zonder parlementaire controle. Brunei bestaat uit twee aparte landsdelen, die van elkaar gescheiden zijn door een deel van de Maleisische deelstaat Sarawak. Langs de kusten van beide delen vindt men een brede strook moerasland, die bij vloed onderloopt en merendeels begroeid is met dichte mangrovebossen. Meer landinwaarts is Brunei heuvelachtig; er overheerst een begroeiing van regenwouden. De sultans van Brunei beheersten in de 16e eeuw heel Noord-Borneo. Nadien verloren ze geleidelijk aan hun invloed, zodat ze meer en meer gebied aan de Britten moesten afstaan. In 1959 kwam de eerste grondwet tot stand, maar het sultanaat bleef een Brits protectoraat. Pas in 1984 kwam het tot volledige onafhankelijkheid. In het kader van de feestelijkheden werd toen door 5000 buitenlandse arbeiders voor 300 miljoen dollar een nieuw paleis voor de sultan gebouwd. De oliewinning begon al in de jaren 20. Tot vandaag de dag vormen aardolie en aardgas de enige uitvoerprodukten van belang, waarvan Japan de voornaamste afnemer is. Tot 1985 gaven de Bruneiers gezamenlijk minder dan de helft uit van de nationale inkomsten uit de olie. De overschotten aan inkomsten werden en worden goeddeels geïnvesteerd in andere landen.

< Terug