Burkina Faso

Dit land wordt geplaagd door een bijna chronische droogte en is er nog steeds niet in geslaagd zich uit de bittere armoede te bevrijden. Het lijkt wel of de natuur onafgebroken samenspant legen Burkina Faso. Tol dusver zijn de regerende militairen er niet in geslaagd de gevolgen van de perioden van droogte en de roofbouw op de natuur te boven te komen. Dit land kampt dan ook met haast onoverkomelijke problemen, van werkloosheid tot zo af en toe een regelrechte hongersnood. De hoofdoorzaak vormt de natuurlijke gesteldheid van dit land, die landbouw en veeteelt onmogelijk maakt. Daar komt dan nog een reeks menselijke fouten bij. De regering heeft in 1984 de naam van het land. Opper-Volta, veranderd in Burkina Faso. wat zoveel wil zeggen als Land van de eerlijke mensen -maar daarmee zijn de problemen bij lange na niet opgelost. De problemen van Burkina Faso worden deels veroorzaakt door de erfenis van de Franse koloniale heerschappij, die heeft geduurd van 1895 tot dit land in 1960 onafhankelijk werd. Frankrijk beschouwde zijn Opper-Volta als een aanvulling op de economisch interessantere koloniën, meer in het zuiden van West-Afrika. Het land raakte uitgeteerd, omdat de mannelijke beroepsbevolking systematisch op de plantage in de andere koloniën te werk gesteld werd. Het huidige gebrek aan arbeidsplaatsen dwingt veel jonge mannen opnieuw als gastarbeider in Ghana en Ivoorkust te gaan werken. Sinds de onafhankelijkheid hebben militaire en burgerregeringen elkaar afgewisseld. De militaire staatsgreep van augustus 1983 had een links georiënteerd Volksfront aan de macht gebracht, waarvan het zogeheten Revolutionaire Spectrum ook burgers omvatte. Deze regering onder militaire supervisie hief de volksvertegenwoordiging op. maar liet ook in 1991 een referendum houden. Dit leidde tot een herstel van de parlementaire democratie. De verandering van naam en de revolutionaire symbolen een nieuwe vlag en een nieuw volkslied zijn bedoeld om de bevolking te bezielen. Uitgaande van een staatskapitalisme wil men nu het particulier initiatief stimuleren. Een groot deel van Burkina Faso ligt in de Sahelzone, het ecologisch kwetsbare overgangsgebied naar de Sahara. Overal strekt zich de stoffige grauwe vlakte uit, met de gebarsten aarde, die door erosie, onaangepaste landbouw, overbe-weiding en wegzakken van het grondwater is ontstaan uit wat vroeger een savannelandschap is geweest. De woestijn breidt zich in hoog tempo uit. Oude mensen in de hoofdstad Ouagadougou herinneren zich nog, dat de Mossi-hoogvlakte bedekt was met bossen. Nu staan er nog slechts hier en daar wat bomen. In het hoogste noorden is in de eerste helft van de jaren 70 nauwelijks regen gevallen. Hele kudden stierven uit en overal heerste hongersnood. In het centrale hoogland ontspringen weliswaar drie rivieren, de Zwarte, de Rode en de Witte Volta, maar deze bevatten slechts maar weinig water en doorkruisen een gebied waar de droogte slechts zelden wordt afgewisseld dooreen overstroming. Vlak bij de grens met Ghana wil het wel overvloedig regenen. De rivieren worden er breder en het landschap verandert in de regen tijd in een groene, boomrijke savanne. De dalen worden tegen de verwachting in nauwelijks bewoond, zij zijn namelijk haarden van ziekten als rivierblindheid, bilharziai en malaria. Ongeveer een kwart van de bevolking leeft van de landbouw. Voor eigen consumptie worden gierst, bonen en maïs verbouwd; de belangrijkste exportprodukten zijn katoen, melkvee en aardnoten. Investeringen in de landbouw zijn altijd gericht geweest op de exportprodukten. Daardoor is de verbouw van voedingsmiddelen voor de inheemse bevolking naar de achtergrond gedrukt en is de te intensief gebruikte landbouwgrond verschraald. Ouagadougou is niet alleen de hoofdstad, maar ook het centrum van het land van de Mossis - de stam waartoe de helft van de bevolking behoort. Van de bevolking woont nog altijd 90% in dorpen op het land. Elke familie, die hier altijd uit twee of drie generaties bestaat, bewoont eigen koepelvormige hutten, die door omheiningen van de woningen van de andere bewoners worden afgeschermd. In de droge tijd, die van november tot april duurt, is men er aangewezen op de voorraden die van de laatste oogst zijn overgehouden. De oogstreserves worden echter met het jaar kleiner of schieten er bij in, zodat voedselhulp uit het buitenland nodig is.


< Terug