Burma
op. Het kwam tot bloedige botsingen, waarna de regering economische hervormingen aankondigde en in 1977 de afschaffing van het privé-kapitaal weer ongedaan maakte.
In 1981 volgde generaal U San Yu zijn voorganger Ne Win op. Hij voerde een voorzichtige liberalisering in, die ook een behoedzame opening naar buiten inhield. Zelfs rechtstreekse buitenlandse investeringen zijn sindsdien welkom in Burma. Daarmee waren de sociale problemen nog niet opgelost. In 1988 heeft het leger na felle onlusten en een bloedige staatsgreep de macht aan zich getrokken. In Burma leven ongeveer 50 verschillende bevolkingsgroepen. In het zuiden voert het Nationale Bevrijdingsleger van de Karen al 30 jaar een guerrilla-oorlog. Met zijn omvang van 10.000 man beheerst het een strook van 650 km langs de grens met Thailand. In het noorden en oosten vecht een communistische verzetsbeweging met 12.000 man in de gebieden van de Shans en de Chins en beheerst een gebied van ongeveer 15.000 km² langs de Chinese grens. Daar verzetten zich plaatselijke machthebbers tegen de centrale regering, overigens vooral om ongestoord hun handel in opium te kunnen voortzetten. Een derde van de geïnde belastinggelden moet worden besteed aan hel leger en aan de aflossing van rente op oude schulden. Zo blijft er maar weinig financiële ruimte over voor de ontwikkeling van hel land en een systematische opbouw van de economie. Enig soelaas kan mogelijk het in opkomst zijnde toerisme bieden.
< Terug