Centraalafrikaanse Republiek

Nog altijd een van de armste landen van Afrika, dat zich drie jaar lang Centraalafrikaans Keizerrijk heeft genoemd. Tot 1977 werd de naam van de Centraalafrikaanse Republiek slechts zelden in de pers genoemd, maar in dat jaar haalde het land de krantekoppen: Jean-Bedel Bokassa, die zichzelf het jaar daarvoor al tot keizer had gekroond en de republiek in een keizerrijk had veranderd, gaf een kroningsfeest dat zo n 22 tot 30 miljoen us $ zou hebben gekost. Hoe extravagant dit bedrag is, realiseert men zich pas, wanneer men bedenkt dat het inkomen van de gemiddelde inwoner van hel land niet veel meer dan een drietal dollars per week bedraagt. De voormalige Franse kolonie Ubangi Shari werd in 1910 een onderdeel van Frans Equatoriaal Afrika en in 1960 onafhankelijk als Centraalafrikaanse Republiek. Bijna 90% van de bevolking leidt een karig bestaan als boer. Op kleine stukjes grond worden maniok, maïs, gierst, sorghum, zoete aardappelen en yams verbouwd. Veeteelt kan alleen in bescheiden mate in het noorden worden bedreven; in de rest van het land maakt de tseetseevlieg het bijna onmogelijk om er grotere kudden op na te houden. Belangrijk voor de economie is de mijnbouw, vooral de diamantwinning, 25% van de totale export bestaat uit diamant. De ontwikkeling van de industrie is nog in de beginfase en wordt zowel gehinderd door het feit dat het land geen zeehavens heeft, als door hel gebrek aan kapitaal en geschoolde arbeidskrachten. Het grootste deel van het land ligt óp een hoogvlakte op 500-1000 m en bestaat uit licht glooiend grasland en savanne. Aan de grens met Kameroen in het westen, en met Sudan in het oosten rijzen gebergten op tot een hoogte van meer dan 1400 m. In het noorden daalt de hoogvlakte langzaam af naar het dal van de Shari, en in het zuiden naar de Ubangi, de grensrivier met Zaïre. Het noorden van het land bestaat uit droge savanne; het midden is mei vochtige savanne bedekt en in het hete en vochtige zuiden zijn dichte tropische regenwouden. Hier komt een ander belangrijk exportartikel, tropisch hardhout, vandaan. De Centraalafrikaanse Republiek is nog maar nauwelijks ontsloten voor het moderne verkeer. Er zijn geen spoorwegverbindingen, en van de wegen is slechts een kwart het hele jaar door te berijden. Het transport verloopt voornamelijk via de rivieren, vooral over de Ubangi. Aan deze rivier ligt ook Bangui, de hoofdstad en grootste havenstad van het land; van hieruit moeten goederen over 1200 km per schip naar Brazzaville in Kongo worden vervoerd, en vandaar per trein naar de haven Pointe Noire. Naast de Babingas, pygmeeën die in het
regenwoud leven, zijn er in de Centraal¬afrikaanse Republiek acht belangrijke stammen. Zeven ervan spreken Sudanese talen, maar de algemeen gebruikte officiële taal is het Sango, de taal van de Ubangis. De Ubangis maken slechts 5% van de bevolking uit, maar hebben het merendeel van de overheidsfuncties in handen. De eerste president na de onafhankelijkheid, David Dacko, was een Ubangi, net als Jean-Bedel Bokassa, die in 1966 mei een militaire coup de macht greep. Door wanbeheer en corruptie raakte het land onder Bokassas leiding tot aan de rand van het bankroet. Pas in 1979 kwam er een einde aan het bewind van Bokassa. Met steun van Frankrijk bracht Dacko de keizer ten val. Sinds 1981 is de macht in handen van generaal André Kolingba die tot dusver weigert de parlementaire democratie in te stellen.


< Terug
 

Relevante links

  • Arke

    Arke

    Verre strand- en zonvakanties boek je natuurlijk bij Arke. Want Arke heeft de grootste keuze in verre vakanties. Kijk snel naar de vele aanbiedingen naar onder andere Aruba, Bonaire, Brazilië, Curaçao, Cuba, Dominicaanse Republiek, India, Mexico, Sri Lanka en Thailand.

    Klik hier voor Arke