Chili
Zoals Chili zich uitstrekt langs de westkust van Zuid-Amerika, doet het denken aan de wervelkolom van een reusachtig dier. In totaal is het wel 4300 km lang, maar de gemiddelde breedte bedraagt slechts 190 km. Het land omvat de meest uiteenlopende klimaat- en vegetatiezones - van woestijnen in het noorden en vochtige regenwouden in het midden, tot de ijzige verlatenheid van het uiterste zuiden. In het centrale deel van Chili, vooral aan de kust en in de brede dalen tussen het kustgebergte en de Andes, vindt men de gebieden die door de natuur het best bedeeld zijn. Daar ligt de hoofdstad Santiago de Chile, en daar is ook meer dan de helft van de bevolking geconcentreerd. Langs de kust ten noorden hiervan strekt zich over een afstand van meer dan 1000 km het woestijngebied van Atacama uit, een onherbergzame woestenij van zand en stenen. Het zuiden van Chili is daarentegen een van de regenrijkste en stormachtigste gebieden ter wereld. De steile rotswanden, reusachtige bossen, met ijs bedekte vulkanen en onbewoonde eilanden maken het tot een onherbergzame wildernis. Chili kan globaal worden onderverdeeld in vijf gewesten. Van noord naar zuid zijn dit: El Norte Grande, El Norte Chico, de Valle Longitudinal, Los Lagos en El Sur Grande. Het kurkdroge Norte Grande herbergt een schat, die van 1879 tot 1883 zelfs een oorlog heeft veroorzaakt tussen Chili enerzijds, en Peru en Bolivia aan de andere kant. Deze schat bestaat uit de grote salpetervoorraden in de woestijn van Atacama. Chili veroverde dit gebied en kreeg zo het wereldmonopolie in handen voor salpeter, dat gebruikt werd als grondstof voor kunstmest en explosieven. De uitvoer leverde de staat veel geld op, totdat elders ook salpetervoorraden werden ontdekt en er methoden werden ontwikkeld om veel goedkopere synthetische stikstof te produceren. De salpeterwinning was tot in de jaren 20 een bloeiend bedrijf. Daarna werd deze vorm van mijnbouw in Chili opgevolgd door een andere: de exploitatie van de enorme kopervoorraden. Het koper bracht Chili nieuwe welvaart. Nog altijd bevindt zich in Chuquica-mata, in het noorden van de regio An-tofagasta, de grootste kopermijn ter wereld. Naar schatting beschikt Chili over ongeveer 20% van de totale kopervoorraden in de wereld. De kustwateren van Chili staan bekend om hun rijkdom aan vis. In de talrijke conservenfabrieken worden vooral tonijn en sardines verwerkt. De Humboldtstroom voert koud water uit het Zuid-poolgebied langs de kust tot voorbij Peru. Ook de onderste luchtlagen worden hierdoor afgekoeld, wat de vorming van regenwolken verhindert: de oorzaak van de droogte in het noorden van het land. Het enige water dat er is, wordt door rivieren vanuit de Andes aangevoerd. Hierlangs liggen oasen met citrusplantages. Het karig begroeide Norte Chico begint ter hoogte van Copiapó, en gaat in zuidelijke richting geleidelijk over in de vruchtbare vallei in het midden van Chili. Het hart van Chili bestaat uit de 600 km lange Valle Longitudinal, een lengtedal tussen het kustgebergte en de hoofdketens van de Andes, dat loopt van de voet van de Aconcagua tot de rivier de Bio-Bio. Het milde klimaat hier lijkt op dat van Californië, en maakt een intensieve landbouw mogelijk. Op de vruchtbare gronden strekken zich boomgaarden en graan- en groentevelden uit, en hier is ook het centrum van de Chileense wijnbouw. De wijnen van het land staan op het punt zich een vaste plaats op de lijst van export-produkten te veroveren. Ook hier, in het centrum van Chili, bevinden zich rijke kopervoorraden. De kopermijn van El Teniente in de regio Libertador is een van de grootste ter wereld. De steile bergwanden er omheen zijn dicht bevolkt. Hier wonen 12.000 mijnwerkers met hun gezinnen. In de brede vallei van de Valle Longitudinal is ook het grootste deel van de Chileense industrie gevestigd. De belangrijkste industriecentra zijn, naast Santiago, de havenstad Valparaiso en Concepción. Ondanks de bloeiende landbouw en de zich ontwikkelende industrie heerst er nog veel armoede onder de bevolking van het gebied rond Santiago. Veel mensen wonen opeengepakt in de sloppenwijken rond de stad een gevolg van de trek naar de grote steden, die in Chili al even groot is als bijna overal in Zuid-Amerika. Tegelijkertijd ontbreekt het de industrie aan goed opgeleide arbeidskrachten. Een van de oorzaken van de armoede is de ongelijke verdeling van het landbezit, een erfenis uit de koloniale tijd. Enkele grootgrondbezitters exploiteren enorme landgoederen met behulp van landarbeiders en dagloners, terwijl talloze kleine boeren het met lapjes grond moeten doen, die te klein zijn om ervan te leven. Om deze misstand uit de wereld te helpen is in de jaren 60 een begin gemaakt met landhervormingen. Rond de havenstad Puerto Montt strekt zich Los Lagos uit, een bekoorlijk landschap met heldere meren, watervallen en beboste bergen. In het noorden leeft de grootste groep Indianen die er nog in Chili is. Tot op heden spreken ze hun eigen taal, het Araucaans. Hier wonen nu echter ook veel Europese immigranten. El Sur Grande is nog steeds een vrijwel onbewoonde wildernis. Talloze rotseilanden, grillige fjorden en beboste bergen met besneeuwde toppen kenmerken dit woeste landschap. In het uiterste zuiden, aan weerszijden van de Straat van Magallanes, zijn grote olie- en aardgasvoorraden ontdekt. Nu al voorzien ze in de helft van de Chileense behoefte. Aan de Straat van Magallanes ligt ook Punta Arenas, de zuidelijkste stad ter wereld. Het eiland Vuurland, of Tierra del Fuego, is voor het grootste deel Chileens grondgebied. De Indianen zijn hier in de 19e eeuw bijna geheel uitgeroeid.
< Terug