Colombia

De cocaïnekartels in dit Zuid-amerikaanse land hebben ondanks de strijd die tegen hen is aangebonden, nog maar weinig aan macht ingeboet. Misdaad, corruptie en gewelddadigheid zijn de uiterlijke verschijningsvormen van de illegale cocaïnehandel, waardoor Colombia steeds vaker de krantekoppen haalt. Voor de Colombianen zijn het echter geen nieuwe verschijnselen; zij hebben tot op zekere hoogte geleerd met de gevaren in hun land om te gaan. Juist buitenlanders kunnen in de problemen raken, vooral in de grote steden, waar diefstallen en roofovervallen aan de orde van de dag zijn. Dit neemt niet weg dat Colombia een fascinerend en veelzijdig land is. De samenleving is een boeiend mengsel van elementen uit de precolumbiaanse cultuur van de Indianen met die van de koloniale Spanjaarden en de moderne industriële tijd. In het Museo del Oro (Goudmuseum) in de hoofdstad Bogota zijn zon 35.000 kunstvoorwerpen uit de bloeitijd van Colombia te zien. Voordat de Spanjaarden het land in de 16e eeuw veroverden, werd dit door verschillende Indianenstammen bewoond, die, zoals blijkt uit de kunst die zij hebben nagelaten, een hoge graad van beschaving hadden bereikt. Vooral de Chibchas (Muiscas), die in de omgeving van het tegenwoordige Bogota leefden, waren bedreven goudsmeden. Zij verwerkten in hun sieraden en ceremoniële voorwerpen ook prachtige smaragden. Deze edelstenen worden tot op de huidige dag nog gedolven bij Muzo en Chivor, en geëxporteerd of in Colombia zelf tot sieraden verwerkt. De Chibchas hebben ook de legende doen ontstaan van El Dorado, het legendarische goudland. De opperhoofden van deze stam namen jaarlijks deel aan een ritueel, waarbij zij zich insmeerden met olie, en zich vervolgens in goudstof wentelden. Daarna doken ze in het heilige meer Guatavita om een ceremoniële reiniging te ondergaan. Het gerucht lokte de op goud beluste Spanjaarden aan, die in Colombia overigens niet alleen goud vonden, maar ook vruchtbaar land. Colombia ligt in de tropen, maar door het reliëf kan men er verscheidene klimaatzones onderscheiden; deze variëren van het met eeuwige sneeuw bedekte hooggebergte en de weidegrond van de Andes tot de tropische regenwouden in het westen en het zuidoosten. In het noorden, aan de kust van de Caribische Zee, is het klimaat zelfs woestijnachtig. Een groot deel van het land wordt beheerst door de Andes. In het zuiden, dichtbij de grens met Ecuador, splitst dit gebergte zich in drie hoge ketens: de Cordillera Occidental, de Cordillera Central en de Cordillera Oriental. Tussen de bergketens liggen brede valleien, die door de Rio Cauca en de Rio Magdalena worden afgewaterd naar de Caribische Zee. Beide valleien zijn dicht bewoond en hebben een vruchtbare vulkanische bodem. In de dalen strekken zich tarwevelden en katoen- en tabaksplantages uit. Ongeveer 250 km voor de kust stroomt de Cauca in de Magdalena, die bij Barranquilla, de grootste haven van Colombia, in de Caribische Zee uitmondt. In de Cordillera Oriental, die zich in het noorden opnieuw in twee bergketens verdeelt, bevindt zich op een hoogte van 2700 m een aantal valleien; in een daarvan ligt Bogota, waar bijna 5 miljoen mensen wonen. De kustvlakte langs de Grote Oceaan wordt, evenals het geleidelijk naar de Amazone afdalende zuidoostelijke deel van het land, grotendeels door tropisch regenwoud bedekt. De Llanos in het noordoosten, die tot het stroomgebied van de Orinoco behoren, vormen daarentegen een eentonig savannelandschap. Het klimaat in de Andes wordt hoofdzakelijk bepaald door de hoogte. Onderaan ligt het warme gebied, de tierra caliente. Dit gaat op een hoogte van circa 800 m over in de tierra templada, met een gematigd klimaat, waar de beroemde Colombiaanse koffie wordt verbouwd. Boven de 2000 m ligt de tierra fria, het koele land. Deze gebieden zijn het dichtst bewoond. Vanaf 3400 m heerst er een hooggebergteklimaat; dit is de tierra helada, met schaars begroeide hoogvlakten, waarboven de besneeuwde toppen van de Andes oprijzen. De sneeuwgrens ligt hier tussen 4600 en 5000 m. Door deze grote klimaatverschillen is Colombia bedeeld met een buitengewoon gevarieerde flora en fauna. Zo komen er meer vogelsoorten voor dan in welk ander land ter wereld ook. Ook zijn er tal van soorten orchideeën te vinden, de nationale bloem van Colombia. Er zijn echter twee plantensoorten die het land een slechte naam bezorgd hebben. Hennep, waaruit de marihuana wordt gemaakt, groeit aan de noordkust; en de cocastruik,
waarvan de bladeren als grondstof voor cocaïne worden gebruikt, wordt in het binnenland gekweekt. Bovendien worden er grote hoeveelheden cocabladeren vanuit Bolivia en Peru geïmporteerd om in Colombia verwerkt te worden. Naar schatting overtreft de waarde van de geëxporteerde drugs die van alle andere ex-portprodukten.

< Terug