Cyprus

Het eiland in de Middellandse Zee dat eens werd betwist door veroveraars uit alle windstreken, wordt vandaag de dag vooral door toeristen bezocht. Eeuwenlang heeft de ene na de andere veroveraar geprobeerd om Cyprus, het strategisch gelegen eiland tussen Afrika, Azië en Europa, in handen te krijgen. Rond 1400 v. Chr. arriveerden de eerste Grieken van het vasteland op Cyprus en in de eeuwen nadien hebben zij hun stempel gedrukt op de cultuur van het eiland. Na hen kwamen er nog Phoeniciërs, Assyriërs, Perzen, Egyptenaren en Romeinen als heersers over Cyprus. Bij de deling van het Romeinse rijk in de 4e eeuw werd Cyprus aan het Oostromeinse (Byzantijnse) rijk toegewezen. In 1192 kwam het eiland in het bezit van Guido van Lusignan, wiens opvolgers bijna drie eeuwen lang de heerschappij over het eiland voerden, totdat zij in 1489 door de Venetianen werden opgevolgd. Venetië verloor Cyprus op zijn beurt in 1571 aan het Ottomaanse rijk. Ten slotte moesten de Turken het eiland in 1878 aan de Engelsen afstaan. In 1960 werd Cyprus een onafhankelijke republiek zij het onder omstandigheden waardoor het jarenlang in het wereldnieuws bleef. Bijna 79% van de bevolking is van Griekse afkomst, en slechts een minderheid van 17, 5% is Turks. Vanaf ongeveer 1895 hebben de Grieks-Cyprioten geëist dat Cyprus zich bij Griekenland zou aansluiten. In 1955 organiseerden zij zich in de eoka, die een guerrilla voerde tegen zowel de Engelsen als de Turks-Cyprioten. Hun belangrijkste doel, de onafhankelijkheid, werd in 1960 bereikt. Cyprus kwam toen onder de leiding van aartsbisschop Makarios III een Grieks-Cyprioot. Toen deze in 1963 een deel van de in de grondwet vastgelegde privileges van de Turks-Cyprioten te niet deed, brak er een burgeroorlog uit tussen de twee bevolkingsgroepen. Een vredesmacht van de Verenigde Naties, die in 1964 werd uitgezonden, kon de rust maar ten dele herstellen. Toen de eoka en de Griekse militaire junta in 1974 een poging deden om de aansluiting van Cyprus bij Griekenland met geweld af te dwingen, was dit voor Turkije aanleiding om troepen naar het eiland te sturen. Zij bezetten circa 40% van Cyprus, waaronder de steden Famagusta en Kyrenia, en ook een deel van de hoofdstad Nicosia. Ongeveer 200.000 Grieks-Cyprioten werden uit dit gebied verdreven, om plaats te maken voor bewoners uit Turkije. In 1975 verklaarde Turkije het deel van Cyprus dat door Turkse troepen bezet was tot een onafhankelijke staat. Cyprus vertoont drie verschillende typen landschap. In het noorden liggen, evenwijdig aan de kust, de bergen van Kyrenia. Het zuiden wordt gedomineerd door het vulkanische Tróodosmassief; daartussen ligt de vlakte van Messaoria. De uitlopers van hel noordelijke gebergte strekken zich op uit tot ver in de zee. De zomers zijn op Cyprus in het algemeen heet en droog, de herfst en winter zijn er zacht en vochtig Ten gevolge hiervan gedijen er behalve vroege aardappelen, groente en graan ook citrusvruchten. olijven, dadels, vijgen, bananen en druiven. Uit de laatste wordt de Cypriotische wijn geperst, die al tijdens de Oudheid beroemd was. De landbouw op Cyprus is echter geheel afhankelijk van kunstmatige irrigatie. De mijnbouw, vooral de winning van koper en asbest, heeft sinds de deling van het land weliswaar aan betekenis verloren, maar is toch nog belangrijk voor de economie. Een van de voornaamste bronnen van inkomsten op het eiland is het toerisme. In het Turkse deel van het eiland, waar de voormalige toeristencentra Famagusta en Kyrenia liggen, is er sprake van een ernstige terugval, maar de Grieks-Cypriotische toeristencentra Paphos, Limassol en Agia Napa verheugen zich in een toenemende populariteit.

< Terug