Dominica

Een Caribisch eiland dat zijn naam dankt aan Columbus, die het op een zondag, de dies dominica, heeft ontdekt. Midden in de eilandengroep die wordt gevormd door de Kleine Antillen ligt het Bovenwindse eiland Dominica. Van alle West-indische eilanden is dit het minst veranderd sinds de Europeanen zijn doorgedrongen in het Caribische gebied. Columbus ontdekte Dominica op een zondag in november van het jaar 1493; aan het Spaanse woord voor zondag dankt het zijn naam. Dankzij de ontoegankelijke bergen en bossen op het eiland bleef het de eerste tijd ongekoloniseerd, maar meer dan 100 jaar later begonnen de Engelsen en de Fransen belangstelling te tonen voor Dominica. Het geschil over heltbezit van het eiland, dat diverse malen hoog opliep, werd pas in 1805 beslecht. Nadat zij een schadeloosstelling hadden ontvangen, trokken de Fransen weg. Pas in 1978 verkreeg Dominica de onafhankelijkheiden werd het lid van hel Gemenebest. Dominica is het ruigste en bergachtigste eiland in het oosten van de Caribische Zee. Drie jonge, maar uitgedoofde vulkanen beheersen er het landschap. De hoogste is de Morne Diablotin, waarvan de top op 1447 m ligt. Dit gebergte veroorzaakt aanzienlijke klimaatverschillen op het eiland: terwijl in hel noordoosten de passaatwolken worden opgestuwd en voor grote hoeveelheden neerslag zorgen, ligt het westen in de regenschaduw van het gebergte. Hier is ook een echt droge tijd, die in de winter valt. Niet meer dan een smalle strook land langs de kust kan voor de landbouw worden gebruikt. Door de vulkanische oorsprong van het eiland heeft het een vruchtbare bodem. De akkerbouw vormt dan ook de belangrijkste bron van inkomsten voor de bevolking. Er worden vooral bananen verbouwd, die alleen al de helft van de totale export van Dominica uitmaken. Andere agrarische produkten zijn citrusvruchten, vooral citroenen, en daarnaast cacao, kokosnoten en kruiden als vanille en laurier.
Economisch blijft Dominica achter bij de meeste andere Westindische eilanden. Alleen met hulp van het buitenland zal de basis van de economie verbreed kunnen worden. In dit opzicht lijkt de ontwikkeling van het toerisme grote mogelijkheden te bieden. De daarom benodigde infrastructuur moet echter nog goeddeels tot stand komen.

< Terug