Een aanhoudende burgeroorlog heeft deze Middenamerikaanse staat aan de rand van de afgrond gebracht. De strijd om de macht in El Salvador (ongeveer half zo groot als Nederland) heeft sinds 1979 tienduizenden inwoners de dood ingejaagd. Honderdduizenden zijn van het platteland naar de nauwelijks veiliger sleden verdreven. Velen zijn hun vaderland ontvlucht en wachten sinds jaar en dag in het naburige Honduras op betere tijden. Het conflict, dat in wezen veel verder teruggrijpt dan 1979, wortelt in de hier extreem onrechtvaardige verdeling van bouwland en andere middelen van bestaan, wat uiteraard gepaard gaat met sterke sociale tegenstellingen. De bevoorrechten verdedigen met man en macht hun positie. In El Salvador is nog altijd de koffie het enige belangrijke landbouw- en exportprodukt. Een kleine groep van koffieplanters heeft, nadat het land in 1821 onafhankelijk van Spanje is geworden, het leeuwedeel van het gecultiveerde land in bezit genomen. Zij schrokken niet terug voor onwettige middelen om hun doel te bereiken. De steeds machtiger wordende plantersfamilies kregen weldra de cruciale bestuursfuncties in handen en konden door een bloedige onderdrukking elke sociale hervorming in de kiem smoren. Zij wisten zich daarbij verzekerd van de steun van het leger. De 60 machtigste families van het land bezitten het belangrijkste derde deel van het akkerland waar koffie op wordt aangeplant. Daarentegen moet 90% van de bevolking rond een vijfde van het akkerland delen. Zij voorzien als keuterboeren moeizaam in hun bestaan door de aanplant van maïs, rijst en bonen. Het kleine land is overbevolkt en velen zien in de uitzichtloosheid van hun bestaan een reden om illegaal naar het dun bevolkte Honduras te emigreren. Het grensgebied lussen beide landen werd in 1969 door de Salvadorianen bezet of zo men wil gekraakt. Dit leidde tot een gewapend conflict tussen de buurstaten. De stoot daartoe werd gegeven door een voetbalinterland, zodat het bloedige treffen als voetbaloorlog de geschiedenis is ingegaan. Op het platteland hebben sindsdien veel kleine boeren en pachters zich massaal aangesloten bij de oorspronkelijk kleine verzetsbeweging. Een belangrijke stimulans was ook dat in 1979 in Nicaragua - een soortgelijk Middenamerikaanse land - de Sandinistische bevrijdingsbeweging aan de macht kwam. Daardoor geniet het verzet in El Salvador ook de steun van christendemocratische en socialistische (als communisten gedoodverfde) groeperingen. In 1979 kwam in El Salvador de christendemocraat José Napoleon Duarte aan de macht. Tevergeefs probeerde hij hervormingen door te voeren om het sociale conflict op te lossen. Sindsdien zien alle oppositiegroeperingen in de gewapende strijd de enige weg naar ingrijpende wijzigingen van de verhoudingen. De hervormingen van christendemocraten als Duarte beschouwen zij als lapmiddelen. Niemand is tot dusver uil de meedogenloze strijd om de macht als overwinnaar naar voren gekomen. De christendemocratische regeringen wisten de burgeroorlog niet tot een einde te brengen, hoewel zij op grote schaal militaire en economische steun uit de Verenigde Staten hebben gekregen. De situatie wordt nog uitzichtlozer door het feit dat de oppositie sterk uiteenlopende bewegingen omvat, die moeilijk één front kunnen vormen. Ook de militairen, die van tijd tot tijd via een machtsgreep orde op zaken trachten te stellen, zijn het onderling oneens. Uit de algemene verkiezingen van 1984 kwam de gematigde politicus Duarte opnieuw als overwinnaar naar voren, maar vier jaar later werd de extreemrechtse Al-fredo Christiani als president gekozen. Op zijn initiatief zijn in de zomer van 1990 in Genève besprekingen geopend om een einde te maken aan de burgeroorlog tot dusver zonder enig resultaat. De economie van El Salvador is nog uitsluitend gericht op agrarische produkten, vooral op koffie. Weliswaar werkt 18 % van de beroepsbevolking in de industrie, maar deze omvat voornamelijk kleine ondernemingen die binnenlandse agrarische produkten verwerken. De toch al gebrekkige wegen en het beperkte aantal spoorlijnen zijn vaak geblokkeerd door aanvallen van guerrillastrijders. Bij dit alles komt dat alleen al de natuurlijke omstandigheden ongunstig zijn. Van west naar oost lopen door het land twee vulkaanketens, die zijn gevormd in een diepe breukzone in de aardkorst. De spanningen in het inwendige van de aarde ontladen zich steeds opnieuw in zware aardbevingen. In 1986 werd de hoofdstad San Salvador hevig getroffen door een aardbeving. Ongeveer 1500 mensen kwamen toen om het leven, en tienduizenden werden dakloos.