Fiji

Deze afgelegen eilanden met hun koraalriffen, palmenstranden en maagdelijke wouden beantwoorden ten volle aan het gangbare toeristische ideaalbeeld van de Stille Zuidzee
Fiji is de grootste eilandenstaat in de Grote Oceaan, en geldt ook als de in economisch opzicht meest ontwikkelde. De archipel ligt op hel snijpunt van de belangrijke scheepvaartroutes door de westelijke Grote Oceaan, en wordt daardoor vaak aangedaan, niet in de laatste plaats door Amerikaanse oorlogsschepen. Deze bekoorlijke eilanden trekken echter ook veel toeristen aan, vooral uit Australië en Nieuw-Zeeland. De Fiji-eilanden zijn in 1643 ontdekt door de Nederlandse zeevaarder Abel Tasman. In 1774 landde hier ook de Britse ontdekkingsreiziger James Cook, maar echt onderzocht zijn de eilanden pas na 1792. Toen keerde kapitein Bligh terug naar de eilanden, die hij na de legendarische muiterij op de Bounty vanuit zijn sloep in zicht had gekregen. Voornamelijk Britse handelaars volgden hem en in 1874 werd Fiji een Britse kroonkolonie. De archipel omvat 322 eilanden en atollen. Slechts 150 daarvan worden permanent bewoond. De belangrijkste eilanden, Viti Levu en Vanua Levu, beslaan samen bijna 90% van het grondgebied. Grillig gevormde dode vulkanen bieden op beide eilanden een grandioos landschappelijk decor. Koraalriffen bemoeilijken de toegang. De zuidelijke en oostelijke berghellingen vangen door de passaatwinden veel regen. Zij zijn overwoekerd door tropisch regenwoud. In het droge westen en noorden van de twee grootste eilanden strekken zich uitgebreide savannelandschappen uit, die grotendeels ontstaan zijn doordat de bossen er zijn gekapt. Suikerriet is een van de economische pijlers van Fiji. In de koloniale tijd hebben de Britten arbeidskrachten uit India naar Fiji gehaald om de plantages te bewerken, 40% van de huidige bevolking bestaat uit nakomelingen van deze Indiërs. De oorspronkelijke bewoners van de archipel zijn de kroesharige Melanesiërs. Zij bezitten 83% van het bruikbare akkerland. Dit gegeven is zelfs vastgelegd in een wet. De rest van de grond is grotendeels in handen van een kleine blanke minderheid. De Indiërs zijn zich later gaan toeleggen op handel en nijverheid, en hebben het hierin soms ver gebracht. Net als vroeger worden ook de suikerrietplantages door Indiase pachters bewerkt. De invloedrijke economische positie van deze actieve bevolkingsgroep wordt door de Melanesiërs met toenemend ongenoegen aanschouwd. In 1987 kwam het zelfs tot een militaire staatsgreep, die mede werd gedragen door tegenstanders van de Indiërs. In 1990 kreeg Fiji weer een burgerbestuur. De industrie is slechts weinig ontwikkeld. De exploitatie van het rijke houtbestand strandde tot nu toe op de gebrekkige transportmogelijkheden. Voor de toekomstige ontwikkeling van het land zijn de verwachtingen in de eerste plaats op het toerisme gericht.

< Terug