Filipijnen

Meer dan 7000 betoverende eilanden en eilandjes in de vuurring van de aarde vormen samen één land, dat herhaaldelijk door taifoens wordt geteisterd De Filipijnen zijn genoemd naar de ook in de Nederlandse geschiedenis welbekende koning Philips II van Spanje. De eilanden strekken zich uit in een gebied tussen Taiwan en Borneo, dat van noord naar zuid 1850 km lang is. De totale oppervlakte van de Filipijnen bedraagt 300.000 km2, wat ongeveer overeenkomt met de oppervlakte van Italië. De eilanden van de Filipijnen kunnen in vier hoofdgroepen worden onderscheiden. In het noorden liggen Luzon, met de hoofdstad Manila, en Mindoro; in het midden de Visayaneilanden met Samar, Bohol, Leyte, Cebu, Negros, Panay en Masbate; in het zuiden liggen het eiland Mindanao en de Sulu-archipel; en geïsoleerd in het zuidwesten het eiland Palawan. De wateren rond de Filipijnen zijn gemakkelijk bevaarbaar. Overal in de archipel vindt men havens en aanlegsteigers, vooral aan de kusten in het westen. Deze kant is beschut tegen de sterke oostenwinden die de eilanden vanuit de Grote Oceaan bestoken. Van juni tot december moet men er altijd bedacht zijn op een taifoen de hevige wervelstorm die in dit gebied inheems is. In sommige jaren razen er over de 200 van dergelijke verwoestende stormen over de eilanden. In 1984 bereikte er één windsnelheden van 300 km per uur. In dat jaar kwamen 11 schepen tot zinken en vonden meer dan 1600 mensen de verdrinkingsdood. In het midden en westen van de Filipijnen zorgen bergen aan de oostkust voor een gedeeltelijke bescherming tegen de taifoens. Op Luzon vormen de bergen van de Sierra Madre deze oostelijke beschutting, en Mindanao wordt beschermd door de Diuataketen. Op beide eilanden zijn ook verder naar het westen bergen. De hoogste top is de Mount Apo op Mindanao (2954 m). Het binnenland van eilanden als Cebu en Palawan is heuvelachtig en wordt omzoomd door een smalle, meestal vruchtbare, kuststrook. Laagland komt voornamelijk voor op Luzon (de centrale vlakte en het Cagayandal) en op Minda¬nao (de rivierdalen van de Mindanao en de Agusan). De Filipijnen maken deel uit van een bergketen die uit zee oprijst en die in het Tertiair geplooid is. Er zijn veel actieve vulkanen en ook op dit desastreuze natuurgeweld moeten de Filipinos voortdurend bedacht zijn. Zo slingerde in 1984 de Mayon op Luzon steenbrokken zo groot als vrachtwagens langs zijn hellingen omlaag. Nog verwoestender was in 1991 de uitbarsting van de Pinatuba. Bij deze beide erupties werden enorme aswolken tot hoog in de stratosfeer geblazen. Ook aard- en zeebevingen zijn niets bijzonders op de Filipijnen en in de zeeën die de archipel omringen. In 1976 kwam het aan de oostkust van Mindanao door een zeebeving tot een tsunami, een springvloed, die aan 8000 mensen het leven heeft gekost. Evenwijdig met de oostkusten loopt de Filipijnentrog, een van de diepste zeetroggen ter wereld. De maximale diepte van deze gootvormige inzinking, ontstaan als gevolg van tektonische processen (-> tektoniek) in de aardkorst, bedraagt 10.540 m.
De Filipijnen kennen driejaargetijden. Van juni tot oktober is het er regenachtig, van november tot februari koel, en van maart tot mei heet. In de laagvlakten heerst een vochtigheet klimaat, met een gemiddelde temperatuur van 28°C. In het bergland kunnen de temperaturen daarentegen tot 16°C dalen. De jaarlijkse neerslag bedraagt in Manila gemiddeld 2080 mm, in westelijk Luzon 1000 mm en in het noordoosten van Mindanao 3800 mm. Meer dan 40% van het land is begroeid met tropisch regenwoud, dat naast teakhout nog tal van andere kostbare houtsoorten oplevert. De regenwouden van Mindanao behoren tot de meest produktieve ter wereld. Edelhout betekent een rijke bron van inkomsten voor het eiland. De gerooide percelen worden echter niet opnieuw beplant, en de gevolgen blijven niet uit. De erosie slaat reeds meedogenloos toe op een aantal van de Visayaneilanden, en een groot deel van het vroeger beboste eiland Masbate heeft als gevolg van deze ondoordachte ingrepen nu een steppeachtig aanzien. Koper, chroom, zilver, goud en ijzererts behoren tot de bodemschatten van de Filipijnen. Slechts ongeveer 400 van de meer dan 7000 eilanden en eilandjes zijn bewoond.

< Terug