Filipijnen
De Filipijnen kennen driejaargetijden. Van juni tot oktober is het er regenachtig, van november tot februari koel, en van maart tot mei heet. In de laagvlakten heerst een vochtigheet klimaat, met een gemiddelde temperatuur van 28°C. In het bergland kunnen de temperaturen daarentegen tot 16°C dalen. De jaarlijkse neerslag bedraagt in Manila gemiddeld 2080 mm, in westelijk Luzon 1000 mm en in het noordoosten van Mindanao 3800 mm. Meer dan 40% van het land is begroeid met tropisch regenwoud, dat naast teakhout nog tal van andere kostbare houtsoorten oplevert. De regenwouden van Mindanao behoren tot de meest produktieve ter wereld. Edelhout betekent een rijke bron van inkomsten voor het eiland. De gerooide percelen worden echter niet opnieuw beplant, en de gevolgen blijven niet uit. De erosie slaat reeds meedogenloos toe op een aantal van de Visayaneilanden, en een groot deel van het vroeger beboste eiland Masbate heeft als gevolg van deze ondoordachte ingrepen nu een steppeachtig aanzien. Koper, chroom, zilver, goud en ijzererts behoren tot de bodemschatten van de Filipijnen. Slechts ongeveer 400 van de meer dan 7000 eilanden en eilandjes zijn bewoond.
< Terug