Finland

Het Land van de Duizend Meren heeft met opvallende handigheid zijn neutraliteit tussen Oost en West weten te bewaren. De Finnen zijn met recht trots op hun land. Honderd jaar geleden was Finland nog een grootvorstendom binnen het Rusland van de tsaren. Er heerste toen bittere armoede en het land werd voortdurend bedreigd door hongersnood. Thans echter gaan de Finnen prat op hun onafhankelijkheid in ieder opzicht en behoort hun land tot de meest welvarende industriële naties van Europa. Finland is in menig opzicht toonaangevend; dit geldt voor zijn stelsel van sociale zekerheid, maar bijvoorbeeld ook op het gebied van de vormgeving; Finse architecten genieten internationaal even veel waardering als bijvoorbeeld Finse meubels en Finse ijsbrekers. Finland is veel rijker aan natuurschoon dan de meeste andere Europese landen. De natuur omvat er uitgestrekte bossen en toendras, hoogveen, moerasgebieden en meren. Het aantal (natuurlijke) meren is trouwens een stuk groter dan de bekende bijnaam Land van de Duizend Meren wil doen geloven. In werkelijkheid zijn het er bijna 60.000, waarvan veel tot merenketens zijn verstrengeld. In november valt de eerste sneeuw, en die blijft tot april of mei liggen. Aan dit alles dankt Finland zijn unieke strenge schoonheid, die de grote componist van dit land, Jean Sibelius (1865-1957), kon inspireren tot zijn plechtige melodieën. Finland bestaat grotendeels uit een licht glooiend laagland, met hier en daar een onderbreking door maximaal 200 m hoge heuvelketens. Alleen in het noordwesten van Lapland zijn de bergen soms hoger dan 1000 m. Het land is overdekt met uitgestrekte bossen, de rijkdom bij uitstek van dit land. Meer dan de helft van de Finse export bestaat uit de voortbrengselen van deze bossen: hout, papier en cellulose. De Finse bossen bestaan grotendeels uit statige naaldwouden, waarin groepjes berken voor de nodige afwisseling zorgen. Verderop, in de overgangsgebieden met de toendras, zijn deze berken de enige bomen die daar willen groeien. Loofbossen zijn uitsluitend te vinden in de kuststroken in het zuiden van Finland. Het uiterlijk van het Finse landschap is in de laatste ijstijd bepaald toen heel Scandinavië bedekt was door een enorme ijslaag. Ongeveer 9000 jaar geleden begonnen de gletsjers te smelten. Ze lieten een enorme massa los erosiemateriaal achter op de oude granieten ondergrond in de vorm van morenewallen, grote zwerfkeien en langgerekte heuvelruggen die feitelijk grindhopen zijn. De karakteristieke meren hebben zich gevormd op plaatsen waar de smeltende ijsblokken een komvormige laagte of slenk achterlieten, waar het smeltwater onder het gletsjerijs afvoergeulen had ingesleten. Sinds het land bevrijd is van de druk van de enorme ijsmassa stijgt het in een nauwelijks merkbaar tempo. De totale oppervlakte van Finland wordt daardoor jaarlijks met zon 10 km2 vergroot. De verschillen tussen de zomer- en wintertemperatuur zijn extreem groot. Zelfs in Helsinki, dat aan de zuidkust ligt, daalt de temperatuur in januari regelmatig tot -30°C. In de zomer stijgt het kwik vaak tot boven 25°C. Boven de poolcirkel heerst de pooldag in de zomer twee maanden achtereen. De zon gaat dan s nachts niet onder. In de winter echter ligt het land twee maanden lang in de poolnacht gedompeld. De winter loopt tot ver in het voorjaar door, en de herfst duurt slechts kort. Hierdoor wordt Finland wel het land van de drie winters genoemd (de echte winter, de voorjaarswinter en de najaarswinter). In de lange strenge winter vriezen niet alleen alle meren dicht, maar ook het zeewater in de Botnische en de Finse Golf. De bevolking is geconcentreerd in het zuidwesten van het land, waar ook de drie grootste steden liggen. Zon 70% van de Finnen woont in een van de steden, en 20% in Helsinki. Toch zijn er op het platteland nog veel boeren, die meestal akkerbouw met bosbouw combineren. Sinds het begin van deze eeuw kent Finland een uitgebreid netwerk van coöperaties. Deze brengen de agrarische produkten op de markt en kopen hun landbouwmachines, kunstmest en zaaigoed in het groot in. Bovendien zorgen landbouwscholen en hogescholen voor een hoge ontwikkelingsgraad. De meeste boerderijen zijn familiebedrijven. Zij zijn volledig gemechaniseerd en hebben een hoge produktie. Veel bedrijven zijn gespecialiseerd in melkvee, varkens of pluimvee. In het milde zuiden overheerst de akkerbouw. De belangrijkste produkten zijn graan, koolzaad, suikerbieten, aardappels en groenten. Aan de kust wordt de akkerbouw vaak aangevuld door de visserij. Veel van deze boerenvissers kennen als derde bron van inkomsten nog de fokkerij van pelsdieren. Gefokte pelzen, vooral van nertsen en zilvervossen, zijn van belang voor de export. De Finse bossen leveren bosvruchten, paddestoelen en wild. De meren en rivieren zijn rijk aan vissoorten, waaronder de begeerde zalm. Ook hier echter gaat de milieuvervuiling langzamerhand een probleem vormen. De watervervuiling wordt veroorzaakt door de afvoer van papier- en cellulosefabrieken en door kunstmest en zure regen. Een passie voor vissen en jagen is een veel voorkomend verschijnsel onder de Finnen. Jaarlijks worden er ongeveer 70.000 vergunningen afgegeven voor het afschieten van elanden. Hun aantal moet onder controle worden gehouden omdat deze dieren grote schade onder jonge bomen in velden aanrichten. Een geliefd jachtdoel zijn ook de wilde eenden die aan de oevers van de meren leven. De zeldzaam geworden beren en lynxen zijn echter beschermd. Wolven komen alleen nog een enkele keer tevoorschijn uit de bossen in het oosten.
In het dunbevolkte binnenland wordt het levensritme van de boerenbevolking nog steeds door het bos bepaald. Toch vindt er niet meer, zoals vroeger, elk jaar een massale uittocht van houthakkers plaats, en ook de houtvlotterij op meren en rivieren verliest steeds meer aan belang. Het grootste deel van de boomstammen wordt nu per spoor vervoerd. De bossen zijn nog allijd voor een derde in het bezit van particulieren. Alleen in het noorden van Finland overweegt de staatsbosbouw. Niet alleen trekken de Finnen wanneer het maar even kan de natuur in, zij zijn ook fervente beoefenaren van allerlei sporten. Vooral sporten die om uithoudingsvermogen vragen, zijn populair. Dit kan een overblijfsel zijn uit de tijd dat de mensen genoodzaakt waren van dag tot dag in de vrije natuur hun levensonderhoud te bevechten. Hoe het zij, ieder weekend wordt er wel ergens een langeafstandsloop georganiseerd en in de winter bindt de hele familie (van kleinkinderen tot grootouders) de langlaufskis onder. Een op de drie Finnen behaalt ooit wel eens een onderscheiding in een skiwedstrijd. Ook kleine plaatsen bezitten vaak een eigen springschans. Als het nationale wintersportfeest in Lahti plaatsvindt, hebben de schoolkinderen in heel Finland skivakantie. Ook de korte zomer wordt volledig benut. De werktijden zijn dan minder lang en de schoolvakanties duren van eind mei tot midden augustus.


< Terug