Ghana

De cacao is de grootste bron van inkomsten van dit land. Toen Ghana in 1957 als eerste zwarte Afrikaanse staat na hevige binnenlandse onenigheid de volkenrechtelijke onafhankelijkheid van Groot-Brittannië verkreeg, vierden de mensen dit heuglijke feit met uitzinnige feesten in de steden en op het platteland. Van Ghana straalde een nieuw elan uit over het hele continent. Als uiting van zelfbewustzijn werd in de eerste plaats de naam van het land veranderd. Als Engelse kolonie heette het de Goudkust, een Europese benaming die de Afrikanen al te zeer herinnerde aan hun pijnlijke verleden. Uit de 15e-eeuwse goudhandel met de Portugezen was namelijk in de 17eeuw de slavenhandel voortgekomen, waaraan toen behalve de Arabieren ook de Portugezen. Engelsen, Hollanders, Fransen en Denen gingen deelnemen. De nieuwe naam Ghana was ontleend aan een machtig Afrikaanse rijk, dat in de middeleeuwen verder naar het noorden aan de Niger had gebloeid. Deze roemrijke naam moest het nieuwe land aan de zuidkust van West-Afrika de nodige bezieling geven. De hooggespannen verwachtingen dat Ghana spoedig zou uitgroeien tot een welvarend geïndustrialiseerd land naar westers voorbeeld, zijn evenwel tot nu toe niet uitgekomen. In het nieuwe Ghana moest de parlementaire democratie, als regeringsstelsel van de Engelsen overgenomen, al snel plaatsmaken voor de autoritaire heerschappij van president Kwame Nkrumah. De burgerlijke vrijheden werden sterk ingeperkt en alle oppositie werd onderdrukt. Nkrumah investeerde vooral in prestigeobjecten (zoals de in de jaren 60 geruchtmakende gouden bedden), en de algemene verbetering van de levensomstandigheden moest zijns inziens nog even op zich laten wachten. Hij en zijn medestanders raakten steeds verder verwijderd van de bevolking. Toen militairen in 1966 Nkrumah ten val brachten, ondervonden zij niet alleen nauwelijks tegenstand, maar werd hun staatsgreep zelfs algemeen toegejuicht. Nkrumah vertrok in ballingschap naar Guinee, waar hij in 1972 overleed. Ook de nieuwe machthebbers slaagden er niet in greep te krijgen op de grote sociale en economische problemen van het land. Op hun beurt werden zij al na drie jaar door een nieuwe staatsgreep ten val gebracht. Dit zou niet de laatste zijn; staatsgrepen en corruptie leken inherent aan het Ghanese bestel. In 1979 werden zelfs tegelijkertijd drie vroegere staatshoofden terechtgesteld op de beschuldiging van corruptie. Al met al is er tol dusver in dit opzicht nauwelijks verbetering opgetreden. Verregaande corruptie en de onmacht hiertegen op te treden, hebben de economie van het land ondermijnd. Al jarenlang blijkt Ghana niet in staat een evenwichtige staatshuishouding te voeren, met als gevolg een schrikbarende inflatie en een chronisch gebrek aan consumptiegoederen. Het voedsel is er zelfs zo schaars, dat restaurants in de hoofdstad Accra meestal s middags al moeten sluiten. Vooral in de steden, waar nu al 40% van de bevolking woont, heerst een schrijnende werkloosheid.

Ghana is rijk aan natuurschoon en bezienswaardigheden. Alleen al de kusten langs de Golf van Guinee zijn betoverend mooi. met hun witte, door palmen omzoomde zandstranden, afgewisseld door stille, azuurblauwe lagunen. In hun ranke, kunstig versierde boomslamkanos, vaak toegerust met buitenboordmotor, gaan de kustbewoners op de visvangst. Hele stammen leven van deze tak van bedrijvigheid. Een deel van de vangst wordt gedroogd en ingezouten. Het zout wordt in ondiepe poelen gewonnen door verdamping van het zeewater. Het zwoele, warme klimaat aan de kust wordt af en toe getemperd door de droge harmaltan, de woestijnwind die in december en januari vanuit het noorden waait. De kuststrook, waar sinds lang akkerbouw wordt bedreven, gaat naar het noorden toe over in altijd groene regenwouden. Deze oerwouden met hun rijkdom aan exotische planten en dieren veranderen verder noordwaarts, waar het klimaat droger wordt, in lichtere bossen met bomen die in de droge tijd hun loof verliezen. Daar, in het Ash-antigebergte, leven de boeren, die kleine stukken land ontginnen door ze plat te branden. Vervolgens bebouwen zij de vruchtbare grond net zo lang tot deze volkomen uitgeput is. Dit is al na enkele oogsten het geval. Daarna laten ze de grond liggen en gaan verderop een nieuw stuk grond plat branden en bebouwen. Deze traditionele vorm van akkerbouw is inmiddels sterk teruggedrongen door de grote plantages, die vooral cacaobonen en palmolie produceren. Cacao omvat 60% van de export en is verreweg het belangrijkste produkt van Ghana. Niettemin zijn de opbrengsten ernstig teruggelopen, doordat de prijzen op de wereldmarkt sterk gedaald zijn.

De vochtige savannebossen gaan in het noorden over in de droge savanne van het Voltabekken. Dit is het leefgebied van de antilopen, buffels, olifanten, leeuwen en ander Afrikaans groot wild. Hoe verder men naar het noorden komt. des te schaarser wordt de begroeiing. Daar staan nog wat eenzame olienootbomen, uil de vruchten waarvan een kostbaar vet gewonnen wordt, en machtige apebrood-bomen (baobab), die in hun dikke stammen water opslaan voor droge tijden. De noten en de hars van deze bomen worden door de plaatselijke bevolking geoogst en verkocht. In grote gebieden zijn overigens bijna alle bomen gekapt voor brandhout. Op zoek naar voedsel trekken grote kudden runderen, schapen en geiten door de stoffige vlakte. De wind neemt de blootgelegde aarde mee en zo verdort het landschap steeds meer een gevaarlijk gevolg van de overbeweiding. Een essentiële belemmering voor de economische ontwikkeling van het land vormen de nog volkomen ontoereikende transportmogelijkheden. Zo wordt het toch betrekkelijk nieuwe wegennet verwaarloosd; de weinige autowegen verkeren over het algemeen in een erbarmelijke toestand. Niet zelden stagneert daardoor het transport van de cacaooogst uit verschillende streken. Net als in tal van andere ontwikkelingslanden bezwijken ook in Ghana de meeste plattelandsbewoners voor de verlokkingen van de stad. Vooral de kuststeden breiden zich snel uit. Daar treft men vlak naast elkaar armoede en rijkdom aan. Overal stuit men nog op de architectonische getuigen van het koloniale verleden: huizen van twee verdiepingen met een brede veranda ervoor. Daarnaast schieten moderne torenflats als paddestoelen uit de grond. Vooral de hoofdstad Accra is door de onbeteugelde groei omringd geraakt door een schier onafzienbare massa armoedige hutten. De steden in het binnenland hebben hun Afrikaanse karakter beter kunnen bewaren. Een voorbeeld daarvan is Kumasi, dat ooit het centrum van het Ashantirijk was.

< Terug