Groenland

Het grootste eiland ter wereld is bezig na bijna drie eeuwen de band met Denemarken te verbreken en zijn eigen weg te gaan. Op 1 februari 1985 is de Europese Gemeenschap ongeveer de helft van haar territorium kwijtgeraakt door het uittreden van Groenland. De bewoners van het grootste eiland ter wereld hadden deze beslissing uit vrije wil genomen en naar het schijnt vooral om nadrukkelijk te laten weten dat zij hun toekomst in eigen hand wilden nemen. Dominee Jonathan Motzfeldt, de Groenlandse premier en grote voorvechter voor deze beslissing, zou ook graag de andere banden tussen Groenland en Denemarken verbreken. De verbintenis tussen-deze landen bestaat sinds 1721. Deense kooplieden vestigden in dat jaar weer handels nederzettingen op het eiland, dat wegens een klimaatverslechtering sinds eeuwen door de Europeanen was verlaten. Reeds in 1785 heeft het Deense moederland overigens aan zijn kolonie in het hoge noorden een eigen grondwet gegeven. Het eiland, dat door de autochtone bevolking Kalaatdlit Nunaat - land van de mensen - genoemd wordt, heeft sinds 1979 binnenlands zelfbestuur, maar is nog wel een deel van Denemarken gebleven. De Denen zijn er in de minderheid. De Groenlanders, afstammelingen van Europeanen en Eskimos, vormen verreweg de grootste bevolkingsgroep. Zuivere Eskimos komen er bijna niet meer voor.

Groenland is bijna 50 maal zo groot als Denemarken, maar heeft nauwelijks meer dan een honderdste van de bevolking van het moederland. Het enorme eiland wordt voor 90% bedekt door een ijskap van gemiddeld 1600 m dik. Alleen een kuststrook, hier en daar wel 20 km breed, is ijsvrij. Op de schrale weidegronden kunnen daar schapen worden gehouden. Het grootste deel van het land ligt ten noorden van de poolcirkel. En zelfs in het zuiden, in de hoofdstad Godthab (Nuuk), gaat de zon s winters pas om 10 uur op en om 14 uur alweer onder. Dit van het moederland Denemarken zo sterk verschillende eiland wil zijn eigen gang gaan, wat erop neerkomt dat het ook de verantwoordelijkheid wil dragen voor zijn buitenlandse politiek

De bewoners van de weinige steden leven in een spanningsveld tussen het traditionele en het moderne bestaan. Vast werk in visconservenfabrieken - de enige industrie van enige omvang in Groenland heeft veel Eskimos uit hun vertrouwde omgeving gelokt. Gezinnen die eens als nomadische robbenjager met harpoenen, kajaks, sledehonden en geweren door het kustlandschap trokken, halen nu hun voedsel uit de supermarkt. Groenten en fruit worden met koelschepen uit Denemarken aangevoerd. Maar voor deze nogal abrupt voltrokken maatschappelijke ontwikkeling moeten zij een prijs betalen. De aanpassing verloopt vaak allesbehalve soepel, getuige het ongewoon hoge zelfmoordpercentage en het alcoholisme, dat hier een nationaal probleem is gaan vormen. Veel Eskimos kunnen zich maar met moeite aan hun nieuwe levenswijze aanpassen.

De politieke leiders van het eiland zijn vol vertrouwen dat Groenland zich op eigen kracht kan waarmaken. Het beschikt over vangstgebieden met rijke populaties van kabeljauw en garnalen. Daarbij heeft het zijn bodemschatten: grote voorraden lood en zink bij Uummannaq aan de noordwestkust en ettelijke andere, nog niet aangeboorde ertslagen. Enkele oliemaatschappijen vermoeden bovendien dat zich aan de oostkust aardolie bevindt. Extra inkomsten, zowel door directe betalingen als via de werkgelegenheid, brengen twee Amerikaanse militaire bases bij Sandre Stramfjord en Thule, die een onderdeel vormen van het primaire waarschuwingssysteem van de navo.

< Terug