Indonesië
Het landoppervlak van Indonesië is meer dan 2 miljoen km groot. De archipel strekt zich echter uit over een gebied van meer dan 8 miljoen km. Het grootste eiland is Kalimantan (de Indonesische naam voor Borneo). Het tot Indonesië behorende deel van dit enorme eiland meet 540.000 km2. Na Kalimaman zijn de grootste eilanden Sumatra. Irian Jaya en het merkwaardig gevormde Sulawesi (vroeger Celebes genoemd). Naar oppervlakte is Java het vijfde eiland van de archipel. Het is echter in allerlei opzichten het hoofdeiland. Op Java leeft 60% van de totale bevolking van Indonesië: het is met 800 inwoners per km2 verreweg het dichtst bevolkte eiland en het behoort zelfs tot de grootste aaneengesloten bevolkingsagglomeraties ter wereld. In de vruchtbare bevloeide streken van Java wonen gemiddeld zelfs zo'n 2000 mensen op 1 km2.
In het vochtige tropische klimaat rond de evenaar kan een weelderige vegetatie van tropisch regenwoud gedijen. Vooral op Kalimantan, Sulawesi en Irian Jaya komen nog enorme aaneengesloten oerwouden voor. Op andere plaatsen zijn de bossen reeds op grote schaal gekapt. De dunne bodemlaag van deze gekapte oppervlakten verdwijnt doorgaans snel en dan blijft er slechts onvruchtbaar karstland over. Oost-Java en de Kleine Sunda-eilanden worden s zomers door de zuidwest-moesson bezocht. Omdat deze droge lucht uit Australië aanvoert, kan hier geen regenwoud groeien maar alleen bladverliezend moessonbos. Een economisch belangrijke boomsoort in deze bossen is de djati-boom, die teakhout oplevert.
Jaarlijks trekken nog te veel bewoners van het platteland naar de grote steden. De hoofdstad Jakarta is met haar bijna 10 miljoen inwoners veruit de grootste stad van Zuidoost-Azië. Jakarta heeft echter voor nog geen 2 miljoen mensen een normale huisvesting te bieden met riolering, drinkwater en toegang tot de voorzieningen. Vandaar dat de overgrote meerderheid van de inwoners in armzalige krotten en barakken moet leven. De vele en vaak moeilijk te onderscheiden bevolkingsgroepen van Indonesië kunnen worden ingedeeld in twee hoofdgroepen, de Maleise volken en de Papuas. Tot de eerste behoren de Javanen, die met 60% de grootste bevolkingsgroep vormen. Behalve de sinds eeuwen inheemse bevolkingsgroepen zijn er minderheden van Chinezen, Indiërs en Europeanen. Vooral de Chinezen hebben een invloedrijke positie in de Indonesische samen¬eving verworven. Een belangrijke stap op weg naar de vereniging van de bonte verzameling bevolkingsgroepen was de invoeringvan een officiële taal, het Bahasa Indonesia, dat met het Javaans-Maleis verwant is. Voor de natievorming wordt ook gebruikgemaakt van moderne technieken; zo was Indonesië het vierde land dat een communicatiesatelliet in gebruik nam.
De armoedige levensomstandigheden van grote delen van de bevolking staan in schrille tegenstelling tot de rijkdommen die de Indonesische bodem herbergt. Slechts een klein deel van de bodemschatten wordt tot nu toe benut. Naast aardolie en aardgas wordt vooral tin gewonnen. Indonesië bezit de grootste tinertsreserves ter wereld. Daarnaast worden ook nikkel, koper, steenkool, ijzererts, bauxiet, edelmetalen en edelstenen gedolven.
< Terug