Ivoorkust
Pas in 1830 stichtten de Fransen een permanente nederzetting aan deze kust, van waaruit zij het land begonnen te koloniseren. Hierbij kwamen zij tot in de noordelijke savanne. In 1893 werd het land officieel tot een Franse kolonie verklaard. Na de Tweede Wereldoorlog kwam ook hier een onafhankelijkheidsbeweging op gang en in 1960 bereikte deze haar doel. De Franse invloed is in de onafhankelijke staat Ivoorkust echter nog niet verdwenen. Er wonen nog altijd 50.000 Fransen. Belangrijker is dat het Frans de officiële taal is en het bindende element voor de 60 etnische groeperingen in hel land. Volgens een decreet van de president mag de officiële naam van het land, République de Cote dIvoire, zelfs niet worden vertaald, maar daar houden de buitenlandse naslagwerken zich niet aan.
De grootste stad van het land en tot 1984 de hoofdstad, is Abidjan, gelegen aan de rand van een uitgestrekte lagune. De brede zandstranden van deze lagune worden door palmen omzoomd en staan bij de toeristen bekend als de Afrikaanse Riviera. Met zijn moderne zakenwijk doet dit economische en financiële centrum van Ivoorkust denken aan een grote Westeuropese stad. De nog betrekkelijk nieuwe hoofdstad is Yamoussoukro in het bergachtige achterland. Hier is in 1905 de arts Félix Houphouel-Boigny geboren, die sinds de onafhankelijkheid de functie van president uitoefent. Yamoussoukro breidt zich in een snel tempo uit. De president stimuleert de verfraaiing van zijn geboorteplaats. Hij heeft er bijvoorbeeld een reusachtige kathedraal doen verrijzen, die in 1990 door de paus in ingewijd.
De relatieve welvaart van Ivoorkust is voor een belangrijk deel te danken aan de visie van de president. Zijn ideeën worden als gematigd vooruitstrevend en pro-westers beschouwd. Hij streeft ernaar de regionale verschillen op te heffen in dit land met zijn door Europeanen nogal willekeurig getrokken grenzen. Daarbij moedigt hij buitenlandse investeerders aan zich voor hel land te interesseren en legt hij aan het geldverkeer nauwelijks beperkingen op. Het gevolg is dat vooral Franse ondernemingen zich hebben gevestigd in het land, waarvan de president geen geheim maakt van zijn pro-Franse gezindheid. De Fransen zijn er na de koloniale tijd teruggekeerd om te investeren in landbouw, industrie en toerisme.
Ivoorkust is een agrarisch land waar de natuurlijke bossen sterk werden uitgedund om steeds meer cultuurgrond te winnen voor de verbouw van cacao, koffie, katoen, bananen en ananas. Het land is thans een van de grootste leveranciers van cacao ter wereld en daarbij een van de grootste koffieproducenten van Afrika. Deze twee gewassen leveren samen 60% van de inkomsten uit de export. Ten noorden van het vochtige laagland loopt het land geleidelijk op tot een hoogte van 400 tot 500 m. Het landschap gaat dan over in een savanne met lichte bosachtige vegetatie. In het uiterste noorden wijken de bomen voor een eentonig steppelandschap. In de savanne duurt de regentijd korter dan in het zuiden, zodat hier maar één oogst per jaar mogelijk is. Voor de eigen consumptie wordt vooral gierst verbouwd, voor de handel ook katoen en pindas. Ook de veeteelt is van enig belang.
De 60 verschillende bevolkingsgroepen van Ivoorkust kennen nauwelijks een nationaal bewustzijn. Zij voelen zich sterker verbonden met hun stam dan met de staat, en hun cultuur loopt soms sterk uiteen. Grote delen van hel land zijn nog onderontwikkeld. Dit in weerwil van de uitbreiding van het wegennet, de stuwdammen en de waterkrachtcentrales, die weldra de energiebehoefte van het hele land moeten dekken. Ook de grote olieraffinaderij en de moderne haven van Abidjan kunnen hier niets aan veranderen. In de jaren 70 en in het begin van de jaren 80 kwam het tot een kleine economische inzinking door misoogsten die te wijten waren aan perioden van droogte. Sinds 1983 lijkt alles weer naar wens te verlopen. De voortekenen wijzen op een voortzetting van de economische groei.
< Terug