Jamaica
Jaarlijks bezoeken ongeveer 1 miljoen toeristen dit Caribische eiland. Zij logeren in luxueuze hotels aan met palmen omzoomde stranden, spelen golf en tennis, dobberen met bamboevlotten op traag stromende rivieren en brengen de koele avonden door al deinende op het stampende ritme van de reggaemuziek.: De meeste toeristen ervaren Jamaica als een lieflijk eiland waar men heerlijk kan luieren. De harde realiteit zien zij echter niet. Jamaica heeft nog een heel andere en veel minder paradijselijke kant. Veel eilandbewoners moeten keihard werken om in leven te blijven. In de bergen verder landinwaarts zien verreweg de meeste vrouwen zich genoodzaakt dag in, dag uit vóór zonsopgang op te staan. Bepakt met produkten van hun armetierige boeren-bedrijfjes moeten zij dan soms urenlang lopen naar de dichtstbijzijnde weg waar zij de bus kunnen nemen om naar de markt te gaan. Daar moeten zij zien te concurreren met andere marktvrouwen en s avonds laat wacht hun een zelfde reis huiswaarts. De kamermeisjes in de luxueuze hotels verdienen per week ongeveer evenveel als een glas whisky daar aan de bar kost. Vrouwen moeten hier wel onder dergelijke omstandigheden werken want ongeveer één op de vier mannen in de actieve leeftijdsgroep is Werkloos.
Het toerisme bloeit hier sinds de jaren 70 en heeft de traditionele suikerproduktie afgelost als de op een na belangrijkste bron van inkomsten. Jamaica raakte echter in een economische crisis toen de winsten uit de export van zijn belangrijkste produkten aanzienlijk afnamen. Dit zijn bauxiet en aluinaarde, de grondstoffen voor de aluminiumindustrie. De prijzen daarvan op de wereldmarkt zijn sinds het begin van de jaren 80 drastisch gedaald als gevolg van overproduktie. Na Australië en Guinea is Jamaica de derde bauxiet-leverancier ter wereld. Wanneer deze grondstof op Jamaica zelf tot aluminium verwerkt zou kunnen worden, zou de opbrengst aanmerkelijk groter kunnen zijn. Dan zou Jamaica echter moeten beschikken over goedkope energie voor de smelterijen en die is er niet. Sinds 1980, toen Edward Seaga van de conservatieve Labourpartij de premier van Jamaica werd, is dit land erop uit buitenlandse investeerders aan te trekken en de landbouw op het eiland minder eenzijdig te oriënteren. Tot dan was suikerriet veruit het belangrijkste handelsgewas, maar thans worden er ook bananen, cacao, peper en koffie verbouwd. Een illegaal en zeer winstgevend produkt van het eiland is de hennep. In het ontoegankelijke bergland is de verbouw een populaire nevenverdienste en soms de voornaamste bron van inkomsten. Onder de naam ganja wordt het bedwelmende eindprodukt half openlijk verkocht. Het ziet er niet naar uit dat er spoedig verandering zal komen in het harde bestaan dat de meeste Jamaicanen moeten leiden. Gewapende benden oefenen een ware terreur uit in de straten van de sloppenwijken in Kingston. Hier huizen de mensen die uit de armzalige dorpen in het binnenland naar de stad zijn getrokken in de hoop op een beer bestaan.
< Terug