Kaapverdië

Misschien zal het toerisme deze door droogte geplaagde eilanden voor de Westafrikaanse kust welvaart brengen. Oppervlakkig bezien vormen de Kaapverdische Eilanden een waar schoolvoorbeeld van een romantische tropische archipel - witte zandstranden met grillige vulkanen op de achtergrond, onder een meestal onbewolkte hemel. Toch is deze groep van 15 grote en kleine eilanden lang niet zo paradijselijk als de naam, Groene Kaap, doet vermoede. Door langdurige perioden van droogte is de landbouw er vrijwel lamgelegd, zelfs in de hoger gelegen gebieden waar gewoonlijk meer neerslag valt. Hierdoor zagen ongeveer 40.000 bewoners van de eilanden zich genoodzaakt te emigreren, vooral naar landen als Portugal, Brazilië en de Verenigde Staten.

Kaapverdië, een van de kleinste staten ter wereld, ligt op ongeveer 600 km van de kust van West-Afrika. Het voornaamste eiland is Sao Tiago, waar ook de hoofdstad Praia ligt. De smalle kustvlakten hebben een woestijnachtig klimaat: alleen op de steile hellingen van het centrale bergland komen lichte bossen voor. Daar liggen ook de kleine akkers, waar op bescheiden schaal maïs, bananen, suikerriet en koffie wordt verbouwd. De archipel is in 1456 ontdekt door Portugese zeevaarders. Het waren ook Portugezen die er zes jaar later de eerste handelspost vestigden. De Kaapverdische Eilanden ontwikkelden zich daarna tot een belangrijke doorvoerplaats voor de Portugese handel overzee. Hier werden de slaven uit Guinee aangevoerd en deels overgeladen op schepen naar Amerika, terwijl een ander deel slaven werd achtergehouden voor het bewerken van de plantages, die destijds nog op de eilanden mogelijk waren. In de loop van de tijd hebben de slaven en hun afstammelingen zich vermengd met de blanke bevolking: thans zijn de Kaapverdiers voor 80% mulatten. In 1975 is hun land onafhankelijk geworden.

Hoewel Kaapverdië politiek stabiel is, slaat de de economie onder zware druk. Door de droogte en de snelle erosie van de bodem zijn de mogelijkheden voor agrarische ontwikkeling zo gering, dat een groot deel van de voedingsmiddelen moet worden ingevoerd. De visserij neemt thans ongeveer de helft van de bescheiden export voor haar rekening en lijkt voor uitbreiding vatbaar. Ook hel toerisme biedt op termijn misschien mogelijkheden. Daarvoor zal echter wel eerst de infrastructuur sterk verbeterd moeten worden.


< Terug