Laos
het noorden en het oosten. Om zich te kunnen bevrijden uit de huidige situatie van onderontwikkeld agrarisch land zal Laos vooral interne stabiliteit en buitenlandse hulp nodig hebben.
Tot op de huidige dag gaat het land gebukt onder de gevolgen van een burgeroorlog die in 1960 uitbrak lussen groepen die door buitenlandse mogendheden werden gesteund. De communistische Pathet Lao kreeg in 1975 met behulp van de Vietnamezen de overhand. Daarop werd de monarchie afgeschaft en de Volksrepubliek Laos uitgeroepen. De economie van hel land werd op basis van starre communistische principes gereorganiseerd, maar resultaten leverde dit niet op. Meer dan 300.000 Laotianen vluchtten het land uit, vooral naar Thailand. Pas in de jaren 80 is het dankzij een liberalere politiek en met intensieve hulp van Vietnam en de Sowjetunie tot een lichte verbetering in de toestand gekomen.
Het karakter van Laos wordt hoofdzakelijk bepaald door de bergketens, die zich in het noorden verbreden lot enkele plateaus op 1000 tot 1500 m hoogte. Door zijn strategische betekenis is de bekendste hiervan het Hoogland van Tranh Ninh, tijdens de Vietnamese oorlog welbekend als de Vlakte der Kruiken. Langs de grens met Vietnam in het zuiden ligt de Chaïne dAnnam met toppen van 2500 m hoog. De eigenlijke levensader van het land, de rijstkom van Laos, is het dal van de Mekong. met zijn brede valleien. De rivier vormt in Laos zelf een belangrijke verkeersverbinding, aangezien er geen spoorwegen zijn, en maar weinig wegen. Vientiane, de nogal kleinsteeds aandoende hoofdstad, ligt langs de linkeroever van de Mekong. De landbouw produceert nog maar nauwelijks meer dan wat de boeren zelf nodig hebben. Veel rijstboeren zijn georganiseerd in coöperaties. In de bergen worden op kleine bedrijfjes maniok, maïs en aardappelen verbouwd voor eigen gebruik: daarnaast op bescheiden schaal thee en koffie voor de export.
Veruit de belangrijkste bevolkingsgroep wordt gevormd door de Laos, die ongeveer 50% van de bevolking uitmaken. Daarop volgen de Thais met ongeveer 15%. In de bergen wonen diverse stammen die van de oorspronkelijke Mongoolse bevolking afstammen. Bovendien wonen in de steden Vietnamese en Chinese minderheden. In de 14e eeuw maakte in het huidige Laos het machtige koninkrijk Lan Xang, het Rijk van een Miljoen Olifanten, een bloeitijd door: de hoofdstad was toen Luang Prabang. Door stammenstrijd en door inmenging van de nabuurlanden Burma, Thailand (destijds Siam) en Vietnam raakte het echter verzwakt en in de 18e eeuw viel het uiteen in twee rivaliserende staten. In de 19e eeuw kwamen deze onder Frans koloniaal bewind.
< Terug