Libanon
Libanon is van nature een mooi, welhaast paradijselijk land. Tot het midden van de jaren 70 was het in de Arabische wereld ook het meest internationaal georiënteerde land, dat in economisch opzicht de meeste successen behaalde. Door de handigheid en zakelijkheid van veel Libanezen heeft het land zelfs jarenlang een bemiddelende rol kunnen spelen in de vele crises die het Midden-Oosten teisterden. De grote havens van Libanon, de hoofdstad Beirut en Tripoli, waren de overslaghavens voor Syrië, Jordanië en Irak. De toeristenindustrie bloeide er. Beirut gold destijds als het Zwitserland van het Midden-Oosten, het financiële centrum waar een groot aantal banken en ondernemingen gevestigd was. Van dit alles is niets meer over. Het land heeft torenhoge schulden en de inflatie stijgt voortdurend. In een land waar almaar wordt
geschoten en gebombardeerd en waar moorden en ontvoeringen aan de orde van de dag zijn, is overleven het enige dat telt.
Libanon beslaat een oppervlakte van 10.400 km2 en heeft een 220 km lange kustlijn langs de Middellandse Zee. Achter een smalle kuststrook verrijst de Libanon, een bergketen met toppen tot 3087 m. Door het oosten van het land loopt nog een tweede bergketen, de Anti-Libanon, waarvan de hoogste top, de Hennon, tot 2814 m reikt. Tussen de twee gebergten ligt de Bekaavallei, een vruchtbare hoogvlakte. Langs de kust heerst een aangenaam Middellandse-Zeeklimaat met droge zomers. Van december tot mei ligt er sneeuw op de bergen, zodat men s winters in het warme zeewater kan zwemmen, en vervolgens z'n 20 km landinwaarts kan skiën.
De bevolking bestaat voor 82,6% uit Libanezen, voor 9,6% uit Palestijnen en voor 4,9% uit Armeniërs. Bovendien wonen er Syriërs, Koerden, Grieken, Turken en minderheden van andere nationaliteit in het land. Belangrijker voor het begrip van de Libanese situatie is de verdeling van de bevolking in verschillende religieuze groeperingen: hierdoor immers worden de politieke verhoudingen bepaald. Vroeger bestond meer dan de helft van de bevolking uit christenen: thans maken zij nog slechts 40% van de bevolking uit. Zij vallen uiteen in vier geloofsgemeenschappen. De grootste daarvan wordt gevormd door de maronieten, en daarnaast zijn er Grieks-orthodoxe, rooms-katholieke en Armeense christenen. De militante sjiïeten vormen met 33% de grootste van de drie islamitische geloofsgemeenschappen. De soennieten, die vroeger een numeriek overwicht op de sjiïeten hadden, maken nu nog slechts 21% van de bevolking uit. Daarnaast zijn er de druzen. De aanhangers van deze islamitische sekte geloven in wedergeboorte, vasten niet tijdens de Ramadan en wijzen de pelgrimages naar Mekka af. Daarbij staan de druzen vijandig tegenover zowel de christenen, als de andere moslems. Het is dit mengelmoes van rassen en religies, dat haast onvermijdelijk tot de Libanese burgeroorlog heeft geleid.
< Terug