Noord-Amerika op twee na grootste continent qua oppervlakte. Het is door Midden-Amerika met Zuid-Amerika verbonden. Samen vormen deze continenten het dubbelcontinent Amerika. De grenzen van Noord-Amerika zijn op verschillende manieren te bepalen. Vanuit geologisch en geografisch standpunt beslaat Noord-Amerika het hele gebied van Groenland tot de landengte van Panama. Meestal wordt de natuurlijke brug tussen Noord- en Zuid-Amerika aangeduid als Midden-Amerika. Het is zinvoller om de begrenzing van Noord-Amerika te laten bepalen door het culturele werelddeel Anglo-Amerika, dat wil zeggen de Engelstalige landen: de Verenigde Staten en Canada. Daaronder vallen de Arctische eilanden (Groenland uitgezonderd), en in het zuiden reikt dit gebied tot de grens met Mexico, het noordelijkste land van Latijns-Amerika. Binnen deze begrenzing bestrijkt Noord-Amerika een gebied van meer dan 6500 km lengte en 8000 km breedte (van Straat Bering tot Newfoundland). De oppervlakte van Noord-Amerika is bijna twee keer zo groot als die van Europa. De smalle kuststreek van de Atlantische Oceaan aan de oostzijde van Noord-Amerika vormt het dichtst bevolkte en meest geïndustrialiseerde deel van dit continent. Achter het vlakke kustgebied stijgt het land in de richting van de Appalachen. Dit gebergte loopt van Alabama tot de Saint Lawrencebaai. In het westen van de Appalachen bevinden zich grote steenkoolreserves. Naar het noordwesten en het noorden toe gaan de Appalachen over in het Canadese Schild, een laaggebergte dat voor ongeveer twee derde bestaat uit dieptegesteente. Het beslaat een 5 miljoen km2 groot gebied met ontelbare meren en rivieren. Overal vertonen zich de sporen van gletsjers uit de ijstijden, die de rotsen hebben glad geschuurd. Het zuidelijke gedeelte van het Canadese Schild is met eindeloze naaldwouden begroeid. In het noorden liggen de toendra’s van de Barren Grounds, waar slechts schamele dwergstruiken en mossen groeien. De permafrost onder deze vegetatie ontdooit s zomer slechts enkele decimeters diep. Het binnenland van Noord-Amerika wordt vanaf de Mackenzie River in Noord-Canada tot aan de Mississippi in het zuiden van de Verenigde Staten door laagvlakten ingenomen. De sedimentgesteenten die de centrale laagvlakten vormen, bevatten rijke voorraden aan aardolie en aardgas. Even waardevol als de bodemschatten zijn de vruchtbare prairiegronden, die thans als akkerland en weidegrond worden gebruikt. De agrarische gebieden bestaan uit zones die typerend zijn voor verschillende takken van landbouw. Zij lopen van de veeteeltzone in de neerslagarme westelijke vlakten via de tarwe- en maïsgordel tot aan het gebied van de Grote Meren met zijn zuivelproduktie. Nagenoeg het hele laagland ten westen van de Appalachen wordt door de Mississippi-Missouri ontwaterd. Deze rivier verzorgt de afwatering van een 3,2 miljoen km2 groot stroomgebied. Met haar enorme delta schuift zij steeds verder de Golf van Mexico in. Daar ligt langs en voor de vlakke kust nog een gigantisch aardolieveld, dat de Verenigde Staten tot een van de belangrijkste olieproducenten ter wereld maakt. De Río Grande ontspringt in de vierde grote landschappelijke regio van Noord-Amerika, gevormd door de hooggebergten van de Rocky Mountains, de Sierra Nevada en de bergketen aan de kust van de Grote Oceaan, met de tussenliggende laagten. Dit gebied behoort tot een gordel van bergketens die vanaf Vuurland tot aan Alaska door heel Amerika loopt. De hoogste Noordamerikaanse top is de 6198 m hoge Mount McKinley in de Alaskaketen. Het landschap tussen de westkust en de oostzijde van de Rocky Mountains is zeer rijk aan contrasten. Het kent hooggebergte met toppen als de 4418 m hoge Mount Whitney, maar ook diepe canyons, zoals de Grand Canyon. Er zijn zowel woestijnen als regenwouden, en zowel barre ijsvlakten als weelderige plantages van sinaasappels en dadels. De spooksteden van de gouddelvers zijn hier te vinden, maar ook de moderne koperertsdagbouw. Het westelijke deel van Noord-Amerika is geologisch het jongste gedeelte van dit continent. Dit blijkt uit de frequente aardbevingen langs het beruchte San-Andreasbreuksysteem en uit de aanwezigheid van jonge vulkanen, zoals de Mount Saint Helens, die in mei 1980 totaal explodeerde.